wetzoeker

BIJLAGE I Leningsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België

Obligatie No. ......

B.fr. .........

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden neemt hierbij op zich aan de Regering van het Koninkrijk België terug te betalen de hoofdsom van .....… Belgische franken (B.fr .......) welke de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden erkent heden te hebben ontvangen ter uitvoering van de leningsovereenkomst tussen de genoemde Regeringen getekend te Parijs op 7 September 1949 (hierna te noemen de leningsovereenkomst).

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden verbindt zich:

1. De hoofdsom van deze obligatie terug te betalen in vijftig gelijke halfjaarlijkse termijnen, waarvan de eerste vervalt op 1 Juli 1956 en de laatste op 1 Januari 1981.

2. Interest te betalen op het niet afgeloste bedrag van deze obligatie tegen een rentevoet van twee en een half ten honderd (2½ %) per jaar, ingaande op de datum van uitgifte van deze obligatie; deze interest is halfjaarlijks betaalbaar op 1 Januari en 1 Juli van elk jaar en voor de eerste maal op 1 Januari of op 1 Juli onmiddellijk volgend op de datum van uitgifte van deze obligatie.

De hoofdsom en de interest zullen worden betaald in wettig betaalmiddel van het Koninkrijk België bij de Banque Nationale de Belgique te Brussel, handelend in haar functie van kassier van de Belgische Staat, tenzij de contracterende partijen anders overeen zullen komen.

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden mag op iedere vervaldag het geheel of een deel van het nog uitstaande bedrag vervroegd aflossen, met een opzeggingstermijn van ten minste een maand. Elke gedeeltelijke aflossing zal worden omgeslagen over het totaal der krachtens de leningsovereenkomst afgegeven obligaties en zal in mindering worden gebracht op de halfjaarlijkse aflossingen in een volgorde tegengesteld aan die van hun vervaldata.

Evenzo zal iedere buitengewone aflossing krachtens artikel 8 van die overeenkomst worden omgeslagen over alle uitgegeven obligaties en in mindering worden gebracht op de halfjaarlijkse aflossingen in een volgorde tegengesteld aan die van hun vervaldata. Deze buitengewone aflossing zal aanleiding vormen tot een aftrek van interest na de eerste contractuele vervaldatum onmiddellijk volgende op de dag waarop deze is verricht.

Betalingen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden te doen zowel uit hoofde van aflossing als wegens interest, zijn gedurende de gehele looptijd van de lening vrij van alle belastingen, heffingen of rechten van welke aard ook, tegenwoordige of toekomstige, waaraan deze betalingen zouden kunnen worden onderworpen vanwege de geldnemer of aan hem ondergeschikte instanties.

Bovendien verplicht de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zich te allen tijde, zonder enig voorbehoud en onder alle omstandigheden, zonder het opmaken van enig affidavit of de vervulling van enige formaliteit te eisen, de overmaking te garanderen naar België of naar de overeengekomen plaats van betaling.

Deze en alle obligaties uitgegeven krachtens de leningsovereenkomst zullen op verzoek van de Regering van het Koninkrijk België verwisseld kunnen worden tegen vijftig (50) obligaties, waarvan de bedragen en de aflossingsdata overeenkomen met de halfjaarlijkse aflossingen hierboven vermeld.

De vorm van deze obligaties zal in onderlinge overeenstemming tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden worden vastgesteld.

Ingeval van verzuim van tijdige en volledige betaling van een halfjaarlijkse verplichting ter zake van hoofdsom of interest van deze obligatie, zal het geheel van het nog uitstaande deel van de hoofdsom onmiddellijk opeisbaar worden ter keuze en op verzoek van de Regering van het Koninkrijk België en de interest op deze nog uitstaande hoofdsom zal worden vergoed tot aan de datum van de werkelijke overmaking van deze hoofdsom.

Het feit, dat de Regering van het Koninkrijk België in een speciaal geval van verzuim van dit recht geen gebruik zal maken, houdt niet in een afstand doen van dit recht ten opzichte van dit speciale geval of van elk ander verzuim van betaling.

Deze obligatie is uitgegeven ter uitvoering van de bepalingen van de leningsovereenkomst en is onderworpen aan alle voorwaarden van deze overeenkomst. Zij kan niet worden overgedragen, noch in onderpand worden gegeven, tenzij aan een of meer Belgische publiekrechtelijke lichamen.

Regeling
Leningsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-11-1951
BWB-id
BWBV0005691
Versie
1951-11-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl