wetzoeker

Tekst Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering betreffende de regeling van zekere vorderingen in verband met de vaart ter zee in aanvulling op artikel 4 A (I) van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot regeling der wederzijdse vorderingen en schulden uit hoofde van de uitvoering van de Leen- en Pachtovereenkomst (Lend-Lease), de uitvoering der overeenkomst tot wederkerige hulpverlening (reciprocal aid), de verkoop van overtollige legergoederen (surplus property), de uitvoering van het militaire hulpprogramma voor de civiele bevolking (military relief) van 28 mei 1947

Washington, 1 Juni 1950.

Mijnheer de Ambassadeur,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen welke hebben plaats gevonden tussen vertegenwoordigers van de Regering van de Verenigde Staten en vertegenwoordigers van de Nederlandse Regering met betrekking tot de interpretatie en de toepassing van Artikel 4 A (1) van de Overeenkomst van 28 Mei 1947 tussen de beide Regeringen tot regeling der wederzijdse vorderingen en schulden uit hoofde van de uitvoering der Leen- en Pachtovereenkomst (Lend-Lease), de uitvoering der overeenkomst tot wederkerige hulpverlening (reciprocal aid), de verkoop van overtollige legergoederen (surplus property), de uitvoering van het militaire hulpprogramma voor de civiele bevolking (military relief).

Hierbij wordt een memorandum ingesloten, waarvan de tekst opgesteld werd als resultaat van deze besprekingen, en welke, volgens inlichtingen, verstrekt aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, op 15 Februari 1950 door het Directoraat-Generaal van Scheepvaart van het Nederlandse Ministerie van Verkeer en Waterstaat werd goedgekeurd, op 28 October 1949 door de „United States Maritime Commission” en op 7 November 1949 door de Procureur-Generaal van de Verenigde Staten.

In het ingesloten memorandum is de instemming van deze Regering neergelegd met betrekking tot de daarin vermelde aangelegenheden. Indien hierin tevens is neergelegd de instemming van de Nederlandse Regering, zal de Regering van de Verenigde Staten deze Nota met bijlage en Uwer Excellentie's antwoord daarop, de instemming van de Nederlandse Regering vermeldende, achten een overeenkomst tussen de beide Regeringen te vormen met ingang van de dagtekening van Uwer Excellentie's Nota.

Gelief, Mijnheer de Ambassadeur, de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) DEAN ACHESON.

Bijlage: Memorandum.

Zijner Excellentie

E. N. van Kleffens,

Ambassadeur van Nederland.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering betreffende de regeling van zekere vorderingen in verband met de vaart ter zee in aanvulling op artikel 4 A (I) van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot regeling der wederzijdse vorderingen en schulden uit hoofde van de uitvoering van de Leen- en Pachtovereenkomst (Lend-Lease), de uitvoering der overeenkomst tot wederkerige hulpverlening (reciprocal aid), de verkoop van overtollige legergoederen (surplus property), de uitvoering van het militaire hulpprogramma voor de civiele bevolking (military relief) van 28 mei 1947
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-06-1950
BWB-id
BWBV0005671
Versie
1950-06-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl