wetzoeker

Artikel 14bis Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948

(1) Wat betreft oorspronkelijke kunstwerken en oorspronkelijke handschriften van schrijvers en componisten, geniet de auteur - of, na zijn dood, de door de nationale wetgeving aangewezen personen of instellingen - een onvervreemdbaar recht op een geldelijk voordeel bij elke verkooptransactie van het werk na de eerste overdracht door de auteur.

(2) De in het voorgaande lid voorziene bescherming kan in ieder Land van het Verbond slechts worden ingeroepen, indien de nationale wetgeving van de auteur deze bescherming erkent, en in de mate waarin de wetgeving van het Land, waar deze bescherming wordt ingeroepen, het toelaat.

(3) De wijze van inning en de hoogte der bedragen worden door elke nationale wetgeving bepaald.

Regeling
Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-01-1973
BWB-id
BWBV0005667
Versie
1973-01-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl