wetzoeker

AANHANGSEL VII Wereldgezondheidsorganisatie Aanhangsel VII: Wereldgezondheidsorganisatie bij het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties

Bij hun toepassing op de Wereldgezondheidsorganisatie (hierna te noemen „de Organisatie”) zullen de standaardbepalingen van kracht zijn met inachtneming van het hieronder bepaalde:

1. Artikel V en § 25, lid 1 en 2 (I), van artikel VII zullen ook gelden voor personen aangewezen om deel uit te maken van de Uitvoerende Raad van de Organisatie, hun plaatsvervangers en adviseurs, met die uitzondering dat elke opheffing van de immuniteit van zulke personen krachtens § 16 zal geschieden door de Raad.

2.

(i) Deskundigen (behalve functionarissen vallend onder artikel VI) die zitting hebben in commissies van, of zendingen vervullen voor, de Organisatie zullen de volgende privileges en immuniteiten worden toegekend voor zover deze noodzakelijk zijn voor een doeltreffende uitoefening van hun functies, met inbegrip van de tijd gebruikt voor reizen in verband met de uitoefening van hun functies in die commissies of bij het vervullen van die zendingen:

(a) immuniteit van persoonlijke arrestatie of van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage;

(b) met betrekking tot door hen in de uitoefening van hun officiële functies gesproken of geschreven woorden of door hen verrichte handelingen, vrijstelling van elke vorm van rechtsvervolging; deze immuniteit zal toegekend blijven ook wanneer de betrokken personen niet langer hun functies in de commissies van de Organisatie uitoefenen of zendingen vervullen voor de Organisatie;

(c) dezelfde faciliteiten met betrekking tot beperking nopens geld of het wisselen van geld en met betrekking tot hun persoonlijke bagage als worden toegekend aan functionarissen van vreemde regeringen die met een tijdelijke officiële zending zijn belast;

(d) onschendbaarheid van alle papieren en stukken;

(e) het recht codes te gebruiken en stukken en correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde zakken voor hun verbindingen met de Wereldgezondheidsorganisatie.

(ii) Voorrechten en immuniteiten worden aan de deskundigen van de Organisatie toegekend in het belang van de Organisatie en niet voor het persoonlijk voordeel van de individuele deskundigen. De Organisatie heeft het recht en de plicht afstand te doen van de immuniteit van een deskundige in elk geval waarin naar haar mening de immuniteit aan de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de Organisatie te benadelen.

Regeling
Aanhangsel VII: Wereldgezondheidsorganisatie bij het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-12-1948
BWB-id
BWBV0005614
Versie
1948-12-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl