Artikel 14 Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict
Bijzondere bescherming
1 Elk der Hoge Verdragsluitende Partijen kan bezwaar maken tegen de inschrijving van een cultureel goed door middel van een brief gericht aan de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Deze brief moet door hem zijn ontvangen binnen een termijn van vier maanden te rekenen van de dag, waarop hij afschrift van het verzoek om inschrijving heeft verzonden.
2 Een zodanig bezwaar moet met redenen zijn omkleed. De redenen kunnen alleen de volgende zijn:
a) het goed is niet een cultureel goed;
b) er is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 8 van het Verdrag.
3 De Directeur-Generaal zendt onverwijld een afschrift van het bezwaarschrift aan de Hoge Verdragsluitende Partijen. Eventueel wint hij het advies in van het Comité international pour les monuments, les sites d'art et d'histoire et les sites de fouilles archéologiques (Internationale Monumentencommissie) en, bovendien, als hij het nodig oordeelt, van elk ander bevoegd orgaan of elke andere bevoegde persoon.
4 De Directeur-Generaal, of de Hoge Verdragsluitende Partij die om de inschrijving heeft verzocht, kan bij de Hoge Verdragsluitende Partijen, die bezwaar hebben gemaakt, alle nodige stappen doen, opdat dit bezwaar wordt ingetrokken.
5 Indien een Hoge Verdragsluitende Partij, na in vredestijd de inschrijving in het Register van een cultureel goed te hebben aangevraagd, bij een gewapend conflict wordt betrokken voordat de inschrijving heeft plaatsgevonden, zal het betrokken culturele goed onmiddellijk, doch voorlopig, in het Register worden ingeschreven door de Directeur-Generaal, in afwachting van de bevestiging, intrekking of afwijzing van elk bezwaar dat eventueel is of wordt ingediend.
6 Indien binnen een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag, waarop hij het bezwaarschrift heeft ontvangen, de Directeur-Generaal van de Hoge Verdragsluitende Partij, die bezwaar heeft gemaakt, geen mededeling ontvangt meldende dat dit bezwaar is ingetrokken, kan de Hoge Verdragsluitende Partij, die een aanvraag tot inschrijving heeft ingediend, een scheidsrechterlijke uitspraak verzoeken in overeenstemming met de in het volgende lid vermelde procedure.
7 Het verzoek om een scheidsrechterlijke beslissing moet gedaan worden ten hoogste een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal het bezwaarschrift heeft ontvangen. Elke Partij bij het geschil wijst een scheidsrechter aan. Indien het verzoek om inschrijving van de zijde van meer dan een Partij bezwaar ontmoet, wijzen de Hoge Verdragsluitende Partijen, die bezwaar hebben gemaakt, tezamen één scheidsrechter aan. De beide scheidsrechters kiezen, aan de hand van de internationale lijst bedoeld in artikel 1 van dit Reglement, een derde scheidsrechter, die als voorzitter zal optreden; indien de scheidsrechters niet tot overeenstemming kunnen komen ten aanzien van hun keuze, vragen zij de President van het Internationaal Gerechtshof, een derde scheidsrechter aan te wijzen, die niet noodzakelijkerwijs op de internationale lijst behoeft voor te komen. Het aldus gevormde scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure vast; van zijn uitspraken is geen hoger beroep mogelijk.
8 Elk der Hoge Verdragsluitende Partijen kan, wanneer zich een geschil voordoet waarbij zij partij is, verklaren, dat zij de scheidsrechterlijke procedure, welke voorzien is in het vorige lid, niet wenst toe te passen. In dat geval wordt het bezwaar tegen een verzoek om inschrijving door de Directeur-Generaal voorgelegd aan de Hoge Verdragsluitende Partijen. Het bezwaar wordt slechts bevestigd, indien de Hoge Verdragsluitende Partijen daartoe besluiten met een tweederde meerderheid der aan de stemming deelnemende Partijen. De stemming zal plaatsvinden door middel van correspondentie, tenzij de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur het nodig oordeelt een vergadering bijeen te roepen krachtens de bevoegdheid, welke hem is verleend bij artikel 27 van het Verdrag. Indien de Directeur-Generaal besluit, de stemming bij correspondentie te houden, zal hij de Hoge Verdragsluitende Partijen verzoeken hem haar stem te doen toekomen onder verzegeld couvert binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag, waarop het verzoek daartoe tot hen zal zijn gericht.
- Regeling
- Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 14-01-1959
- BWB-id
- BWBV0005596
- Versie
- 1959-01-14_0