wetzoeker

Artikel 22 Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict

Uitvoering van het Verdrag

1 De beschermende mogendheden zullen haar goede diensten verlenen in alle gevallen, waarin zij dit wenselijk achten in het belang van culturele goederen, in het bijzonder wanneer er verschil van mening is tussen de partijen bij het conflict met betrekking tot de toepassing of de uitlegging van de bepalingen van dit Verdrag of het Reglement van Uitvoering.

2 Te dien einde kan elk der beschermende mogendheden op uitnodiging van een Partij, van de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, of uit eigen beweging aan de partijen bij het conflict een bijeenkomst van haar vertegenwoordigers voorstellen en in het bijzonder van de autoriteiten belast met de bescherming van culturele goederen, zo nodig op daartoe geschikt neutraal grondgebied. De partijen bij het conflict zijn gehouden, gevolg te geven aan de haar gedane voorstellen tot het houden van een bijeenkomst. De beschermende mogendheden zullen aan de partijen bij het conflict een voorstel ter goedkeuring voorleggen betreffende een persoon, behorende tot een neutrale mogendheid, of een persoon voorgesteld door de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, die uitgenodigd zal worden aan deze bijeenkomst deel te nemen in de hoedanigheid van voorzitter.

Regeling
Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-01-1959
BWB-id
BWBV0005596
Versie
1959-01-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl