wetzoeker

Artikel 100 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen

Rechtsvervolging

De krijgsgevangenen en de beschermende Mogendheden zullen zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gebracht van de feiten waarop bij de wetten van de gevangenhoudende Mogendheid de doodstraf is gesteld.

Daarna mag op andere feiten de doodstraf niet worden gesteld zonder de goedkeuring van de Mogendheid tot welke de krijgsgevangenen behoren.

De doodstraf mag niet worden uitgesproken tegen een krijgsgevangene, tenzij, in overeenstemming met artikel 87, tweede lid, de aandacht van het gerecht in het bijzonder is gevestigd op het feit, dat de verdachte, geen onderdaan zijnde van de gevangenhoudende Mogendheid, niet door enige plicht van trouw jegens haar is gebonden en dat hij zich in haar macht bevindt door omstandigheden onafhankelijk van zijn eigen wil.

Regeling
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Afkortingen
Rode Kruis Verdrag, Verdrag van Genève
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-1955
BWB-id
BWBV0005584
Versie
1955-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl