wetzoeker

Artikel 20 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen

Aanvang der gevangenschap

Het afvoeren van krijgsgevangenen moet steeds op menslievende wijze geschieden en onder omstandigheden, gelijk aan die waaronder troepen van de gevangenhoudende Mogendheid worden verplaatst.

De gevangenhoudende Mogendheid moet gedurende het afvoeren aan de krijgsgevangenen in voldoende hoeveelheid drinkwater en voedsel verschaffen, zomede de nodige kleding en geneeskundige verzorging; zij zal alle vereiste voorzorgen nemen om hun veiligheid gedurende het afvoeren te waarborgen en zo spoedig mogelijk een lijst opstellen van de krijgsgevangenen die worden afgevoerd.

Indien de krijgsgevangenen, gedurende het afvoeren, in een doorgangskamp moeten verblijven, moet dit verblijf zo kort mogelijk zijn.

Regeling
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Afkortingen
Rode Kruis Verdrag, Verdrag van Genève
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-1955
BWB-id
BWBV0005584
Versie
1955-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl