wetzoeker

Artikel 46 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen

Overbrengen van krijgsgevangenen na hun aankomst in een kamp

Wanneer de gevangenhoudende Mogendheid besluit krijgsgevangenen over te brengen, moet zij rekening houden met de belangen van de krijgsgevangenen zelf, ten einde in het bijzonder de moeilijkheden van hun repatriëring niet te vergroten.

Het overbrengen van krijgsgevangenen moet steeds op menslievende wijze geschieden en onder omstandigheden welke niet minder gunstig mogen zijn dan die waaronder troepen van de gevangenhoudende Mogendheid worden verplaatst. Er moet steeds rekening worden gehouden met de klimatologische omstandigheden waaraan de krijgsgevangenen gewend zijn, en de omstandigheden waaronder de overbrenging plaats vindt, mogen in geen geval schadelijk zijn voor hun gezondheid.

De gevangenhoudende Mogendheid moet gedurende de overbrenging drinkwater en voedsel in voldoende hoeveelheid aan de krijgsgevangenen verschaffen om hen in goede gezondheid te houden, zomede de nodige kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging. Zij zal alle vereiste voorzorgen nemen om hun veiligheid gedurende het overbrengen te waarborgen, in het bijzonder ingeval de reis over zee of door de lucht geschiedt, en zal vóór hun vertrek een volledige lijst opstellen van de gevangenen die worden overgebracht.

Regeling
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Afkortingen
Rode Kruis Verdrag, Verdrag van Genève
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-1955
BWB-id
BWBV0005584
Versie
1955-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl