wetzoeker

Artikel 1 Tweede Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

De leden van de Commissie genieten tijdens de uitoefening van hun functies en tijdens hun reizen naar en van hun plaats van samenkomst de volgende voorrechten en immuniteiten:

(a) immuniteit van persoonlijke arrestatie of gevangenhouding en van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage en, met betrekking tot in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden of verrichte handelingen, vrijstelling van gerechtelijke vervolging van welke aard ook;

(b) onschendbaarheid van alle papieren en stukken;

(c) vrijstelling met betrekking tot henzelf en hun echtgenoten van alle beperkingen betreffende immigratie of vreemdelingenregistratie in het land dat zij bezoeken of waar zij door reizen in de uitoefening van hun functies.

Regeling
Tweede Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-04-1957
BWB-id
BWBV0005576
Versie
1957-04-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl