wetzoeker

Artikel 52 Protocol nopens de verkeerstekens

Tekens, te geven door de verkeerspolitie

1 De door de verkeersagenten te geven tekens stemmen overeen met een der twee volgende stelsels.

Eerste stelsel

Teken A — stopteken voor voertuigen, welke de verkeersagent van voren naderen: omhoog gestrekte arm met de handpalm naar voren gekeerd.

Teken C — stopteken voor voertuigen, welke de verkeersagent van achteren naderen: een arm zijwaarts gestrekt naar de kant van de rijbaan, waarlangs het betrokken verkeer nadert, met de handpalm naar voren gekeerd.

De tekens A en C mogen gelijktijdig worden gebruikt.

Tweede stelsel

Teken B — stop teken voor voertuigen, welke de verkeersagent van voren naderen: een arm zijwaarts gestrekt naar de kant van de rijbaan, waarlangs het betrokken verkeer nadert, met de handpalm naar voren gekeerd.

Teken C — stopteken voor voertuigen, welke de verkeersagent van achteren naderen: een arm zijwaarts gestrekt naar de kant van de rijbaan, waarlangs het betrokken verkeer nadert, met de handpalm naar voren gekeerd.

De tekens B en C mogen gelijktijdig worden gebruikt.

2 Bij beide stelsels mag een wenkend gebaar met de hand worden gemaakt om voertuigen te doen voortgaan.

Regeling
Protocol nopens de verkeerstekens
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-10-1964
BWB-id
BWBV0005570
Versie
1964-10-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl