wetzoeker

Artikel 40 Protocol nopens de verkeerstekens

Aanwijzingstekens

1 De tekens ter aanduiding van de hulpposten zijn de volgende:

a. het teken hulppost of meldingspost (III, A. 3 en III, A. 4) wordt gebruikt om aan te geven, dat er in de nabijheid een hulp- of meldingspost is, verzorgd door een van overheidswege erkende vereniging;

b. het teken reparatiepost (III. A. 5) wordt gebruikt om aan te geven, dat er in de nabijheid een reparatiepost is;

c. het teken telefoon (III, A. 6) wordt gebruikt om aan te geven, dat er een telefoonpost in de nabijheid is;

d. het teken benzinepomp (III. A. 7) wordt gebruikt om aan te geven, dat er op een afstand, aangegeven op het teken, een benzinepomp aanwezig is.

2 Het in dit artikel bepaalde teken is zo aangebracht, dat de korte zijden van de rechthoek horizontaal lopen. De kleur is blauw met een zwart of donker gekleurd symbool in een wit vierkant. Van de tekens III. A. 3 en III. A. 4 is het symbool evenwel rood. De zijde van het vierkant bedraagt tenminste 30 centimeter. Bij het teken III. A. 7 is het vierkant vervangen door een rechthoek met de korte zijden horizontaal.

3 De in het eerste lid onder b, c en d omschreven tekens worden gebruikt overeenkomstig de door het bevoegde gezag gegeven voorschriften.

Regeling
Protocol nopens de verkeerstekens
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-10-1964
BWB-id
BWBV0005570
Versie
1964-10-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl