wetzoeker

Artikel 38 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd

Vreemdelingen op het grondgebied van een Partij bij het conflict

Met uitzondering van de bijzondere maatregelen welke krachtens dit Verdrag, in het bijzonder op grond van de artikelen 27 en 41, kunnen worden genomen, zal de positie van beschermde personen in beginsel beheerst blijven door de bepalingen betreffende de behandeling van vreemdelingen in vredestijd. In ieder geval zullen hun de volgende rechten worden verleend:

1. zij mogen de aan hen gerichte persoonlijke of collectieve zendingen ontvangen;

2. zij zullen, indien hun gezondheid zulks vereist, eenzelfde geneeskundige behandeling en ziekenhuisverpleging ontvangen als de onderdanen van de betrokken Staat;

3. zij zullen in staat worden gesteld hun godsdienstplichten te vervullen en geestelijke bijstand van de bedienaars van hun eredienst te ontvangen;

4. indien zij verblijven in een streek welke bijzonder aan oorlogsgevaren is blootgesteld, zullen zij evenzeer als de onderdanen van de betrokken Staat gerechtigd zijn die streek te verlaten.

5. kinderen beneden vijftien jaar, zwangere vrouwen en moeders van kinderen beneden zeven jaar zullen, wat hun behandeling betreft, dezelfde voorrechten genieten als de onderdanen van de betrokken Staat.

Regeling
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Afkortingen
Rode Kruis Verdrag, Verdrag van Genève
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-1955
BWB-id
BWBV0005569
Versie
1955-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl