wetzoeker

Artikel 76 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd

Bezette gebieden

Beschermde personen, verdacht van strafbare feiten, zullen de voorlopige hechtenis en, indien zij zijn veroordeeld, hun straf in het bezette land ondergaan. Zij zullen, zo mogelijk, van andere gedetineerden gescheiden worden gehouden; voedings- en hygiënische omstandigheden moeten zodanig zijn, dat zij voldoende zijn voor het behoud van een goede gezondheid en ten minste overeenkomen met die in de strafinrichtingen van het bezette land.

Zij zullen de geneeskundige verzorging ontvangen, welke hun gezondheidstoestand vereist.

Zij zijn eveneens gerechtigd de geestelijke bijstand te ontvangen, welke zij mochten verlangen,

Vrouwen zullen in afzonderlijke verblijven worden ondergebracht en onder rechtstreeks toezicht van vrouwen staan.

Rekening moet worden gehouden met de bijzondere voorschriften voor minderjarigen.

Gedetineerde beschermde personen hebben het recht bezoek te ontvangen van gedelegeerden van de beschermende Mogendheid en van het Internationale Comité van het Rode Kruis, overeenkomstig de bepalingen van artikel 143.

Bovendien hebben deze personen het recht ten minste één pakket tot hulpverlening per maand te ontvangen.

Regeling
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Afkortingen
Rode Kruis Verdrag, Verdrag van Genève
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-1955
BWB-id
BWBV0005569
Versie
1955-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl