wetzoeker

Artikel 64 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd

Bezette gebieden

De strafwetgeving van het bezette gebied zal van kracht blijven, behoudens voor zover zij mag worden ingetrokken of opgeschort door de bezettende Mogendheid ingeval deze wetgeving een bedreiging vormt voor haar veiligheid dan wel de toepassing van dit Verdrag belemmert. Behoudens laatstgenoemde overweging en de noodzakelijkheid om een doeltreffende rechtsbedeling te verzekeren, zullen de gerechten van het bezette gebied hun werkzaamheden met betrekking tot alle vergrijpen in bedoelde strafwetgeving voorzien, blijven verrichten.

De bezettende Mogendheid mag de bevolking van het bezette gebied echter onderwerpen aan bepalingen welke noodzakelijk zijn om de bezettende Mogendheid in staat te stellen haar uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen na te komen, het geregeld bestuur van het gebied te handhaven, alsmede de veiligheid te verzekeren van de bezettende Mogendheid, van de leden en de eigendommen van het bezettingsleger of de bezettingsadministratie, zomede van de door haar gebruikte instellingen en verbindingslijnen.

Regeling
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Afkortingen
Rode Kruis Verdrag, Verdrag van Genève
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-1955
BWB-id
BWBV0005569
Versie
1955-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl