wetzoeker

Artikel 59 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd

Bezette gebieden

Indien de gehele bevolking van een bezet gebied of een deel daarvan onvoldoende bevoorraad is, zal de bezettende Mogendheid hulpacties ten behoeve van die bevolking toestaan en deze met alle haar ten dienste staande middelen vergemakkelijken.

Deze acties, welke mogen worden ondernomen hetzij door Staten, hetzij door een onpartijdige humanitaire organisatie, zoals het Internationale Comité van het Rode Kruis, zullen in het bijzonder bestaan uit zendingen van levensmiddelen, geneeskundige benodigheden en kleding.

Alle Verdragsluitende Partijen moeten de vrije doorvoer van deze zendingen toestaan en de bescherming daarvan waarborgen.

Een Mogendheid die de vrije doorvoer toestaat van zendingen, bestemd voor door een vijandelijke Partij bij het conflict bezet gebied, heeft echter het recht de zendingen te onderzoeken, de doorvoer te regelen volgens voorgeschreven tijden en routes en van de beschermende Mogendheid de redelijke zekerheid te verkrijgen, dat de zendingen bestemd zijn tot ondersteuning van de noodlijdende bevolking en niet zullen worden gebruikt ten voordele van de bezettende Mogendheid.

Regeling
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Afkortingen
Rode Kruis Verdrag, Verdrag van Genève
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-02-1955
BWB-id
BWBV0005569
Versie
1955-02-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl