wetzoeker

Artikel 5 Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Deze voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden toegekend aan de vertegenwoordigers der Leden, niet voor hun persoonlijk voordeel, maar teneinde de onafhankelijke uitoefening van hun functie in verband met de Raad van Europa te verzekeren. Een Lid heeft derhalve niet alleen het recht, maar tevens de plicht van de immuniteit van zijn vertegenwoordiger afstand te doen in al die gevallen, waarin naar het oordeel van het Lid de immuniteit de loop van het recht in de weg zou staan en van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder inbreuk te maken op het doel, waarvoor de immuniteit wordt verleend.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-07-1956
BWB-id
BWBV0005552
Versie
1956-07-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl