wetzoeker

Artikel 2 Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

a) De bepalingen van Titel IV van het Verdrag zijn van toepassing op de vertegenwoordigers, die vergaderingen van de Plaatsvervangers der Ministers bijwonen.

b) De bepalingen van Titel IV van het Verdrag zijn van toepassing op de vertegenwoordigers (met uitsluiting van de vertegenwoordigers in de Raadgevende Vergadering), die vergaderingen bijwonen welke bijeengeroepen zijn door de Raad van Europa en gehouden worden buiten de zittingen van het Comité van Ministers en van de Plaatsvervangers der Ministers; de vertegenwoordigers, die deze vergaderingen bijwonen, kunnen echter deze immuniteit niet doen gelden bij aanhouding of gerechtelijke vervolging volgend op ontdekking op heterdaad.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-07-1956
BWB-id
BWBV0005552
Versie
1956-07-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl