wetzoeker

Artikel 15 Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien) 1949

1 Verklaringen, gezonden, aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig lid 2 van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten aangeven:

a. de gebieden, ten aanzien waarvan het betreffende Lid zich verbindt de bepalingen van het Verdrag of van een of meer bijlagen ongewijzigd toe te passen;

b. de gebieden, ten aanzien waarvan het zich verbindt de bepalingen van het Verdrag en van een of meer bijlagen met wijzigingen toe te passen, en waarin die wijzigingen bestaan;

c. de gebieden waar het Verdrag en een of meer bijlagen niet toegepast kunnen worden, en in die gevallen de redenen waarom;

d. de gebieden waarvoor het zich zijn beslissing voorbehoudt, hangende nader onderzoek van de omstandigheden.

2 De verplichtingen, bedoeld onder a en b van het eerste lid van dit artikel, zullen geacht worden een integrerend deel van de bekrachtiging uit te maken en zullen dezelfde gevolgen hebben.

3 Elk Lid kan bij een nadere verklaring van alle of een deel der voorbehouden, neergelegd in zijn oorspronkelijke verklaring krachtens het bepaalde onder b, c en d van het eerste lid van dit artikel, afstand doen.

4 Elk Lid kan op enig tijdstip, waarop dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 kan worden opgezegd, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van bepaalde aangegeven gebieden medegedeeld wordt.

Regeling
Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien) 1949
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
13-11-1964
BWB-id
BWBV0005528
Versie
1964-11-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl