Artikel 3 Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien) 1949
Werving, plaatsing en arbeidsvoorwaarden van migrerende arbeiders, geworven krachtens regelingen voor groeps-migratie, getroffen onder toezicht van de Regering
1 Elk Lid, waarvoor deze bijlage van kracht is, wiens wettelijke maatregelen de handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing, als bedoeld in artikel 2, toestaan, moet de door zijn wettelijke maatregelen toegestane handelingen regelen in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
2 Behoudens de bepalingen van het volgende lid, zal het recht handelingen van werving, binnenleiding, en plaatsing te verrichten, beperkt zijn tot
a. openbare diensten voor de werkgelegenheid of andere openbare lichamen van het gebied, waar de handelingen plaats hebben;
b. openbare lichamen van een ander gebied dan dat, waar de handelingen plaats hebben, welke goedkeuring hebben verkregen in dat gebied werkzaam te zijn bij overeenkomst tussen de betrokken Regeringen;
c. elk lichaam ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale acte.
3 Voor zover nationale wettelijke maatregelen of een bilaterale overeenkomst dit toestaan, en behoudens, waar nodig in het belang van de migrant, goedkeuring en toezicht door de bevoegde autoriteit, kunnen de handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing verricht worden door:
a. de werkgever of een persoon in zijn dienst, handelende in zijn naam;
b. particuliere bureaux.
4 Het recht handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing te verrichten moet onderworpen worden aan voorafgaande toestemming door de bevoegde autoriteit van het gebied waar deze handelingen zullen plaats hebben in de gevallen en onder de voorwaarden, als worden vastgesteld bij:
a. de wettelijke maatregelen van dat gebied; of
b. een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteit van het emigratie gebied of enig lichaam ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale akte en de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied.
5 De bevoegde autoriteit van het gebied, waar de werkzaamheden plaats hebben, moet in overeenstemming met overeenkomsten gesloten tussen de betrokken bevoegde autoriteiten, toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van lichamen en personen aan wie toestemming is verleend krachtens het voorgaande lid, doch niet op enig lichaam, ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale akte, ten aanzien waarvan de bepalingen van die akte zullen blijven gelden of van enige overeenkomst gesloten tussen dat lichaam en de bevoegde autoriteit.
6 Alvorens de binnenleiding van migrerende arbeiders toe te staan, moet de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied nagaan of er niet reeds een voldoend aantal personen beschikbaar is, in staat om het betreffende werk te doen.
7 Niets in dit artikel zal geacht worden toe te staan, dat een migrerende arbeider toegelaten wordt in het gebied van enig Lid door een andere persoon of een ander lichaam dan de bevoegde autoriteit van het immigratie gebied.
- Regeling
- Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien) 1949
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 13-11-1964
- BWB-id
- BWBV0005528
- Versie
- 1964-11-13_0