wetzoeker

Artikel 88 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

De meting van alle afzonderlijke delen van de bovenbouw en van luikhoofden op- of boven het bovenste dek zal geschieden door bepaling van hun gemiddelde breedte, gemiddelde lengte en gemiddelde hoogte, indien dit uitvoerbaar is, volgens de bepalingen vervat in hoofdstuk III. In geen geval zal echter meer dan één breedte gebruikt worden. Indien binnenwerkse meting onuitvoerbaar is, moeten de maten buitenwerks genomen worden.

De kubieke inhoud van deze ruimten wordt verkregen door vermenigvuldiging van de lengte met de breedte en het aldus verkregen oppervlak met de hoogte. Dit laatste product wordt geacht de kubieke inhoud in kubieke meters of kubieke voeten te zijn.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl