wetzoeker

Artikel 90 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

1 De signalements-lengte

1) Indien de meetlengte bepaald is, kan de signalementslengte gemakkelijk gevonden worden door de meetlengte te vermeerderen, c.q. te verminderen met de lengte der horizontale afstanden in het langsscheepse middenvlak, gemeten tussen de eindpunten van de meetlengte en de bovenvermelde punten (zie figuur 117).

is de lengte van de voorzijde van het bovenste uiteinde van de voorsteven (zie figuur 121) tot de achterzijde van het bovenste uiteinde van de achtersteven.

Indien geen achtersteven aanwezig is, wordt de lengte genomen tot het snijpunt van de voorzijde van de roerkoning (of het verlengde daarvan) met het bovenste dek.

2 De signalements-breedte is de grootste breedte buitenwerks, welke op dezelfde wijze bepaald wordt als in artikel 84 voor de breedte onder Regel II is aangegeven (zie figuur 118).

Berghouten mogen niet in deze breedte worden begrepen.

3 De signalements-holte is de vertikale afstand in het langsscheepse middenvlak gemeten op de helft van de signalements-lengte tussen de onderzijde van het meetdek en de bovenzijde van de dubbele bodembeplating of vrangen. In schepen met drie of meer dekken wordt een tweede signalements-holte tot de onderzijde van het bovendek gemeten (zie figuur 122).

Indien de signalements-holte ter plaatse van een verlaging of een verhoging van de dubbele bodem valt, moet de holte tot het grondvlak van de verlaging, c.q. de bovenkant van de verhoging worden gemeten. (zie figuur 123).

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl