wetzoeker

Artikel 78 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

A. De volgende ruimten worden beschouwd als ruimten voor de werktuiglijke voortstuwing:

1. Ruimten voor de hoofdketels;

2. Ruimten voor de hoofdwerktuigen;

3. Ruimten voor hulpwerktuigen, welke nodig zijn voor het werken van hoofdketels of hoofdwerktuigen;

4. Astunnels of asnissen en vluchtkokers;

5. Magazijnen en werkplaatsen voor machinisten tot een maximum van drie vierde percent van de bruto inhoud, indien zij gelegen zijn binnen de begrenzingen van de voortstuwingsruimte onder het bovendek;

6. Ruimten voor de volgende werktuigen, installaties en toestellen:

a. bezinktanks van redelijke grootte

1) Voor schepen, welke lange reizen maken, mag de kubieke inhoud van de bezinktanks niet groter zijn dan de inhoud van een voorraad brandstofolie voor twee dagen; anders zullen zij uitsluitend als brandstofruimten beschouwd worden.

in oliestokende schepen, indien aanwezig binnen de begrenzingen van de voortstuwingsruimte, in de daarboven gelegen schachten of onmiddellijk grenzend, aan zulk een ruimte of schacht;

b. dynamos, schakelborden en schakelkasten, behalve die genoemd onder B, 4, f van dit artikel;

c. knaldempers (met inbegrip van knaldempers in schoorstenen);

d. warmwaterbakken, indien zij zich binnen de begrenzingen van de voortstuwingsruimte onder het bovendek bevinden;

e. as-ejecteuren;

f. inrichtingen voor kunstmatige trek voor ketels;

g. oliereinigers en oliekoelers voor brandstofolie en smeerolie (met inbegrip van reinigings- en zuiveringstanks);

h. voedingwater-voorverwarmingsinstallaties en andere gelijksoortige installaties, benodigd voor het werken van de hoofdmachine;

i. verdampers, uitsluitend voor ketelvoedingwater;

j. smeeroliepompen;

k. ventilatie inrichtingen gelegen in de voortstuwingsruimte en benodigd voor haar ventilatie;

l. accumulatoren batterijen, uitsluitend indien zij gebruikt worden in verband met de werktuiglijke voortstuwing;

m. stoom- en electrisch gedreven compressoren en luchtketels, welke gebruikt worden in verband met de werktuiglijke voortstuwing;

(n). brandstofoliepompen, uitsluitend gebruikt voor het verplaatsen van brandstofolie, mits zij zich bevinden binnen de begrenzingen van de voortstuwingsruimte, in de daarboven gelegen schachten of onmiddellijk grenzend aan zulk een ruimte of schacht.

B. De volgende ruimten mogen niet beschouwd worden als ruimten voor de werktuiglijke voortstuwing:

1. brandstofruimten;

2. voedingwaterruimten;

3. smeerolievoorraadtanks;

4. Ruimten door de volgende werktuigen, installaties of toestellen ingenomen:

a. hulpcondensor-inrichting, welke niet gebruikt wordt in verband met de werktuiglijke voortstuwing;

b. brandblus-inrichting;

c. koel- en vriesinrichting;

d. Inrichtingen voor ventilatie en verwarming der verblijven van bemanning en passagiers;

e. Sanitaire- en andere pompen, welke niet gebruikt worden in verband met de werktuiglijke voortstuwing;

f. Dynamos, schakelborden en schakelkasten, uitsluitend ten dienste van verlichtings- of navigatiedoeleinden, ladingbedrijf, enz., geheel onafhankelijk van de werktuiglijke voortstuwing van het schip;

g. Hulpketels, andere dan die genoemd in artikel 79.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl