wetzoeker

Artikel 44 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

De aan boord genomen afmetingen moeten door middel van contrôle krommen worden gecontroleerd, welke bij voorbeeld kunnen worden gemaakt zoals hieronder is aangegeven (zie figuur 61).

1. De meetlengte wordt op een horizontale lijn AB op schaal uitgezet. De deelpunten van deze lengte worden aangetekend en van voor naar achter genummerd. In elk deelpunt wordt een loodlijn opgericht, waarop de meethoogte van de betreffende dwarsdoorsnede op schaal wordt uitgezet. De bovenste punten van deze holten worden nu door middel van een mal of strooklat door een kromme lijn verbonden. De aldus verkregen kromme cd is bij benadering gelijk aan de zeeglijn van het dek, indien de bovenkant van de dubbele bodem of van de normale vrangen in langsrichting horizontaal is. Indien deze kromme lijn strokend verloopt, kan men aannemen, dat de verschillende meetholten juist zijn.

De deelpunten van elke holte moeten worden uitgezet langs elk der loodlijnen op AB, waarop de holten aangetekend zijn. Horizontale lijnen moeten door de deelpunten getrokken worden en hierop moeten de halve breedten, gemeten op het desbetreffende deelpunt, op de aangenomen schaal worden uitgezet.

Indien de metingen nauwkeurig verricht zijn, zullen de eindpunten van de halve breedten op een strokende lijn liggen; indien dit niet het geval is, tonen de onregelmatigheden van de kromme onzuiverheden van de metingen aan.

2.

a. Waar de onderste punten van de meetholten der verschillende dwarsdoorsneden op een rechte lijn of op een regelmatig strokende kromme zijn gelegen, moeten langsscheepse krommen van de breedten met het zelfde nummer op de volgende wijze getekend worden. Beginnende bij de basislijn worden de halve breedten van de verschillende dwarsdoorsneden op vertikale lijnen, overeenkomend met deze dwarsdoorsneden, uitgezet.

Indien het mogelijk is de punten behorende bij de breedten met hetzelfde nummer door strokende lijnen te verbinden, is de nauwkeurigheid van de metingen verzekerd.

b. Waar de onderste punten van de meetholten van de verschillende dwarsdoorsneden op een gebroken lijn zijn gelegen, worden langsscheepse krommen in horizontale doorsneden (waterlijnen) gelegen op de volgende wijze getekend. Men neemt een zeker aantal horizontale vlakken op gelijke afstand van elkaar (b.v. zeven, van I tot VII genummerd) en evenwijdig aan de lijn AB.

Om verwarring met de breedten der dwarsdoorsneden te voorkomen, zijn deze doorsneden in het voorbeeld (figuur 61) slechts in het voorste en achterste deel getekend.

Elke aldus bepaalde horizontale doorsnede snijdt de dwarsdoorsneden in punten, welke gemakkelijk kunnen worden gevonden. Voor de halve doorsneden 3 en 7 zijn de snijpunten onderscheidenlijk h, i, j , k, l, m en n, en h', i', j ' , k', l', m' en n'. Vervolgens worden de afstanden hg, ig, jg enz. tot en met ng, h'g', i'g', j'g' enz. tot en met n'g' bepaald, d.w.z. de onderscheidene afstanden van elk der punten h, i, j enz. tot en met n, en h', i', j ' enz. tot en met n' tot de hartlijnen der doorsneden 3 en 7. Deze afstanden moeten in een horizontaal vlak worden uitgezet beginnende van een basislijn xy evenwijdig aan AB, langs loodlijnen ter plaatse van de verschillende dwarsdoorsneden op de basislijn opgericht. De eindpunten van de uitgezette afstanden h, i, j , k, l, m en n, en h', i', j ', k', l', m' en n' zijn zodoende bepaald.

Hetzelfde moet bij de andere doorsneden worden gedaan.

Door de bij elkaar behorende punten h, i, j enz. tot en met n en h', i', j ' enz. tot en met n' te verbinden, worden de krommen, welke de horizontale doorsneden I, II, II enz. tot en met VII voorstellen, verkregen. Indien de meting zuiver is, zullen de krommen stroken.

3. Op de vertikale lijnen, in de deelpunten van de lengte opgericht, moeten afstanden op schaal worden uitgezet, welke in een bepaalde verhouding, staan tot de oppervlakken der doorsneden. Indien de kromme door de eindpunten van deze afstanden een strokende lijn vormt, heeft men een aanwijzing, dat de doorsneden juist gemeten en berekend zijn. Fouten treden aan het licht door corresponderende onregelmatigheden in het verloop van deze kromme.

4. De contrôle krommen verschaffen niet alleen een onmisbare methode tot het controleren van de metingen en berekeningen, doch zij maken het ook mogelijk, zo nodig, een dwarsdoorsnede, waarvan de meting door materiële beletselen verhinderd is, te reconstrueren.

In zulke gevallen is het raadzaam bij meting twee hulpdwarsdoorsneden te nemen, een vóór en een achter de moeilijk te meten doorsnede gelegen, en zo dicht daarbij als mogelijk is (zie artikel 22). Deze twee hulpdoorsneden kunnen tezamen met de gewone doorsneden, die normaal gemeten kunnen worden, worden benut bij het vaststellen van de krommen der breedten met hetzelfde nummer, c.q. krommen der horizontale doorsneden.

Op de vertikale lijn, gaande door het deelpunt van de niet-gemeten dwarsdoorsnede, moeten de afstanden bepaald worden tussen de basislijn xy en de snijpunten van de vertikale lijn met de krommen (zie het onderste deel van figuur 61).

Deze werkwijze kan gevolgd worden in de beide gevallen, genoemd onder 2 a en 2 b van dit artikel, en maakt het eenvoudig om de dwarsdoorsnede vast te stellen. Indien de methode is toegepast, waarbij de krommen van breedten met hetzelfde nummer worden uitgezet, zullen de verkregen breedten overeenstemmen met de helft van de werkelijke breedten der doorsnede.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl