wetzoeker

Artikel 22 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

De plaats van de middelste dwarsdoorsnede, als aangetekend op het meetdek, moet nu loodrecht op de kiellijn van het schip naar het ruim (machinekamer, bunkers en dergelijke) overgebracht worden, door gebruik te maken van de afstand tot een schot, een luikhoofd, en dergelijke, gemeten als aangegeven in artikel 20.

Door de afstand tussen de deelpunten naar voren en naar achteren, van de middelste doorsnede af, zoals deze in het ruim bepaald is, uit te zetten, worden de plaatsen van de andere doorsneden bepaald en aangetekend op de buikdenning, de tunnel, het zaathout of een ander geschikt onderdeel. De afstand der deelpunten wordt evenwijdig aan de kiellijn in het langsscheepse middenvlak of hieraan evenwijdig uitgezet. De juistheid van de plaatsen der verschillende dwarsdoorsneden wordt gecontroleerd door het meten van afstanden tot schotten, luikhoofden en dergelijke, en door vergelijking van deze afstanden op het meetdek.

Indien het niet mogelijk is een dwarsdoorsnede nauwkeurig op haar plaats te meten, moet zij zo dicht bij deze plaats, als mogelijk is, worden gemeten.

1) Het kan zelfs raadzaam zijn om twee hulpdwarsdoorsneden te meten, onderscheidenlijk vóór en achter de juiste plaats gelegen (zie artikel 44).

Zeer nauwkeurig dient bepaald te worden, hoe ver voor of achter de juiste plaats de doorsnede gemeten is en volledige bijzonderheden hieromtrent moeten zo nodig in de metingstaat worden vermeld.

In schepen met werktuiglijke voortstuwing dient de afstand van het machinekamerschot tot de juiste plaats van de dichtst bij zijnde doorsnede vastgesteld te worden, zowel wat het voorste als wat het achterste schot betreft. De afstanden moeten op de metingstaten worden vermeld.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl