wetzoeker

Artikel 30 Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart

Voorwaarden waaraan luchtvaartuigen moeten voldoen

(a) Luchtvaartuigen van elke Verdragsluitende Staat mogen binnen of boven het grondgebied van andere Verdragsluitende Staten slechts dan een radiozendinstallatie aan boord hebben, indien een vergunning tot het inbouwen en gebruik daarvan is uitgereikt door de bevoegde autoriteiten van de Staat waarin het luchtvaartuig is ingeschreven. Het gebruik van radiozendinstallaties binnen het grondgebied van de Verdragsluitende Staat over wiens grondgebied wordt gevlogen, moet geschieden overeenkomstig de door die Staat gegeven voorschriften.

(b) Radiozendinstallaties mogen slechts worden bediend door die leden van de bemanning die in het bezit zijn van een speciaal daartoe strekkende vergunning uitgereikt door de bevoegde autoriteiten van de Staat waarin het luchtvaartuig is ingeschreven.

Regeling
Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart
Afkortingen
Verdrag van Chicago
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
12-06-2026
BWB-id
BWBV0005507
Versie
2026-06-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl