wetzoeker

Ontwerp en constructie Verdrag betreffende werk in de visserijsector

Stahoogte

13. In alle accommodatieruimten moet voldoende stahoogte zijn. Voor ruimten waar de vissers geacht worden gedurende langere tijd achtereen te staan, moet de minimale stahoogte worden voorgeschreven door de bevoegde autoriteit.

14. Voor vaartuigen met een lengte van 24 meter of meer mag de minimaal toegestane stahoogte in alle accommodatieruimten waar volledig en vrij bewegen noodzakelijk is niet minder dan 200 centimeter bedragen.

15. Onverminderd de bepalingen van paragraaf 14 kan de bevoegde autoriteit na overleg besluiten dat de minimaal toegestane stahoogte in geen enkele accommodatieruimte of een deel ervan minder dan 190 centimeter mag bedragen, indien zij zich ervan vergewist heeft dat dit redelijk is en geen ongemak voor de vissers met zich mee zal brengen.

Openingen naar en tussen accommodatieruimten

16. Er mogen vanuit de visruimen en machineruimten geen directe openingen naar de slaapvertrekken zijn, behalve ten behoeve van nooduitgang. Directe openingen vanuit kombuizen, opslagruimten, droogkamers of gemeenschappelijke sanitaire ruimten moeten waar redelijk en uitvoerbaar worden vermeden, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

17. Voor vaartuigen met een lengte van 24 meter of meer mogen er vanuit visruimen en machineruimten of vanuit kombuizen, opslagruimten, droogkamers of gemeenschappelijke sanitaire ruimten, behalve ten behoeve van nooduitgang, geen directe openingen naar slaapvertrekken zijn; het gedeelte van een schot dat dergelijke ruimten van slaapvertrekken scheidt alsmede de buitenwanden moeten doelmatig zijn vervaardigd van staal of van ander goedgekeurd materiaal en water- en gasdicht zijn. Deze bepaling sluit de mogelijkheid van sanitaire ruimten die tussen twee hutten worden gedeeld niet uit.

Isolatie

18. De accommodatieruimten moeten voldoende geïsoleerd zijn; de materialen die worden gebruikt voor de vervaardiging van de binnenschotten, panelen en beplating, vloeren en aansluitingen moeten voor hun doel geschikt zijn en bijdragen aan de waarborging van een gezonde omgeving. In alle accommodatieruimten moet voldoende waterafvoer zijn.

Overige

19. Alle praktische maatregelen moeten getroffen worden om de accommodatie voor de bemanning van vissersvaartuigen te beschermen tegen vliegen en andere insecten, in het bijzonder wanneer de vaartuigen varen in door muskieten geteisterde gebieden.

20. Vanuit alle accommodatieruimten voor de bemanning moeten waar nodig nooduitgangen zijn.

Regeling
Verdrag betreffende werk in de visserijsector
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-12-2020
BWB-id
BWBV0005397
Versie
2020-12-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl