wetzoeker

Artikel 18 Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden

BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN HET INSTELLEN VAN PROCEDURES

1 Indien een beslissing is gegeven in een verdragsluitende staat waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft, kan de onderhoudsplichtige in een andere verdragsluitende staat geen procedure instellen tot wijziging van de beslissing of tot het geven van een nieuwe beslissing zolang de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft in de staat waar de beslissing is gegeven.

2 Het eerste lid is niet van toepassing indien:

a. de partijen schriftelijk overeenstemming hebben bereikt over de bevoegdheid van die andere verdragsluitende staat, evenwel met uitzondering van geschillen inzake onderhoudsverplichtingen jegens kinderen;

b. de onderhoudsgerechtigde zich onderwerpt aan de bevoegdheid van die andere verdragsluitende staat, hetzij uitdrukkelijk hetzij door zich ten gronde te verweren zonder zich bij de eerste gelegenheid te verzetten tegen die bevoegdheid;

c. de bevoegde autoriteit in de staat van herkomst haar bevoegdheid tot wijziging van de beslissing of tot het geven van een nieuwe beslissing niet kan uitoefenen of weigert deze uit te oefenen; of

d. de in de staat van herkomst gegeven beslissing niet kan worden erkend of niet uitvoerbaar kan worden verklaard in de verdragsluitende staat waar procedures tot wijziging van de beslissing of tot het geven van een nieuwe beslissing worden overwogen.

Regeling
Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-11-2007
BWB-id
BWBV0005392
Versie
2007-11-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl