wetzoeker

Artikel 7 Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden

ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

1 Indien geen verzoek op grond van artikel 10 aanhangig is, kan een centrale autoriteit aan een andere centrale autoriteit een met redenen omkleed verzoek richten om passende specifieke maatregelen te treffen in de zin van artikel 6, tweede lid, onderdeel b), c), g), h), i) en j). De aangezochte centrale autoriteit treft passende maatregelen indien zij deze noodzakelijk acht om een mogelijke verzoeker bij te staan bij het indienen van een in artikel 10 bedoeld verzoek of bij het bepalen of een dergelijk verzoek moet worden ingediend.

2 Een centrale autoriteit kan op verzoek van een andere centrale autoriteit tevens specifieke maatregelen treffen in verband met een in de verzoekende staat aanhangige zaak met een internationaal aspect die betrekking heeft op de inning van levensonderhoud.

Regeling
Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-11-2007
BWB-id
BWBV0005392
Versie
2007-11-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl