Tweede Protocol Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds
Ten tijde der ondertekening van de Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds, zijn de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk door hun onderscheidene Regeringen gevolmachtigd, de volgende bepalingen nader overeengekomen, welke als een integrerend deel van genoemde Overeenkomst worden beschouwd:
1. Indien er naar de mening van één der Overeenkomstsluitende Partijen redelijke bewijzen voorhanden zijn, dat enig produkt van de andere Overeenkomstsluitende Partij tengevolge van onvoorziene ontwikkelingen onder zodanige omstandigheden in haar grondgebied wordt ingevoerd, dat het ernstige schade berokkent of dreigt te berokkenen aan haar binnenlandse producenten van gelijksoortige of rechtstreeks concurrerende produkten en dat zekere maatregelen nodig zijn om deze schade te voorkomen of te herstellen, stelt zij de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk hiervan in kennis. De Overeenkomstsluitende Partijen treden na zulk een kennisgeving onmiddellijk met elkander in overleg teneinde tot een wederzijds bevredigende oplossing te geraken.
2. Indien het bovenbedoelde overleg binnen een redelijk tijdsbestek niet tot een wederzijds bevredigende oplossing leidt, kan de invoerende Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien van het betrokken produkt haar uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen in zoverre en zo lang opschorten als nodig is om de schade te voorkomen of te herstellen.
3. In kritieke omstandigheden, wanneer uitstel schade zou veroorzaken die moeilijk zou zijn te herstellen, kan krachtens paragraaf 2 hierboven voorlopig worden opgetreden nadat de in paragraaf 1 hierboven genoemde kennisgeving is gedaan of voordat het in die paragraaf bedoelde overleg ten einde is, mits zodanig overleg wordt voortgezet met het doel om een wederzijds bevredigende oplossing te vinden.
4.
a) Indien de uitvoerende Overeenkomstsluitende Partij meent, dat de maatregelen die de invoerende Overeenkomstsluitende Partij krachtens paragraaf 2 of 3 van dit Protocol heeft genomen, zulk een aantal produkten of zulk een handels volumen treffen, dat de belangen der uitvoerende Overeenkomstsluitende Partij ernstig worden benadeeld, kan zij om schriftelijk overleg verzoeken met de invoerende Overeenkomstsluitende Partij aangaande de toestand die zich heeft ontwikkeld, de genomen maatregelen daaronder begrepen.
b) Indien binnen een redelijk tijdsbestek geen voldoende overeenstemming kan worden bereikt, kan de uitvoerende Overeenkomstsluitende Partij haar uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen in zoverre opschorten, als nagenoeg overeenkomt met de uitwerking der door de invoerende Overeenkomstsluitende Partij genomen maatregelen.
c) Indien de invoerende Overeenkomstsluitende Partij haar krachtens dit Protocol genomen maatregelen opheft, beëindigt de uitvoerende Overeenkomstsluitende Partij terstond de opschorting van haar verplichtingen.
5. Ingeval het bepaalde in paragraaf 2, 3 of 4 hierboven wordt toegepast, doen de Overeenkomstsluitende Partijen, zowel elk afzonderlijk als allen tezamen, al het mogelijke, opdat de in de Overeenkomst beoogde toestanden zo volledig en spoedig mogelijk worden hersteld.
6.
a) Ingeval er bij een der Overeenkomstsluitende Partijen invoerbeperkingen ten aanzien van bepaalde produkten van de andere Overeenkomstsluitende Partij aanhoudend van kracht zijn geweest en de plotselinge opheffing van de beperkingen op deze produkten tot ernstige schade voor de binnenlandse producenten van gelijksoortige of rechtstreeks Concurrerende produkten zou leiden, kan de invoerende Overeenkomstsluitende Partij, bij wijze van overgangsmaatregel, door de Regeringen der Overeenkomstsluitende Partijen overeen te komen invoerbeperkingen toepassen.
b) De Overeenkomstsluitende Partij die bovengenoemde beperkingen toepast, verbindt zich:
(i) aan de handel van de andere Overeenkomstsluitende Partij een billijk en redelijk aandeel in de markt te gunnen en
(ii) een beleid te voeren, dat erop gericht is de beperkingen ten spoedigste te verzachten of op te heffen.
7. Wanneer de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handen van toepassing wordt tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, terwijl de Overeenkomst van kracht blijft ingevolge artikel VII daarvan, treedt dit Protocol onmiddellijk buiten werking.
- Regeling
- Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 21-10-1964
- BWB-id
- BWBV0005390
- Versie
- 1964-10-21_0