wetzoeker

Nr. I Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds

(Gericht tot de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken)

Tokio, 8 oktober 1960.

Excellentie,

Met verwijzing naar de heden ondertekende Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds, (hierna aangehaald als „de Overeenkomst”), heb ik de eer ter kennis van Uwe Excellentie te brengen, dat het volgende de opvatting van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is:

Zolang als de Overeenkomst van kracht zal blijven, zal zij alle bepalingen van het op 6 juli 1912 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan, die onverenigbaar met de Overeenkomst mochten zijn, terzijde stellen. Bij de beëindiging van de Overeenkomst zullen echter de bepalingen van voornoemd Verdrag van 1912, die aldus terzijde zijn gesteld, van rechtswege weer in werking treden en, behoudens beëindiging als voorzien in dat Verdrag, volledig van kracht blijven.

Ik zou het op prijs stellen, indien Uwe Excellentie de bovengenoemde opvatting namens de Regering van Japan zou bevestigen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om Uwer Excellentie de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te hernieuwen.

(w.g.) N. A. J. DE VOOGD

Regeling
Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
21-10-1964
BWB-id
BWBV0005390
Versie
1964-10-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl