wetzoeker

PROTOCOL (deel 1) Vredesverdrag met Japan

De Ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen ter regeling van het vraagstuk van Contracten, Verjaringstermijnen en Handelspapieren, en het vraagstuk van Verzekeringscontracten, bij het herstel van de vrede met Japan:

Contracten, Verjaring en Handelspapieren

A. Contracten

1. Elk contract, voor welks uitvoering contact noodzakelijk was tussen partijen bij dat contract, welke vijanden zijn geworden in de zin van deel F, zal, met inachtneming van de uitzonderingen vermeld in de alinea's 2 en 3 hieronder, beschouwd worden te zijn ontbonden met ingang van het tijdstip, waarop enige van de partijen bij dat contract vijanden werden. Een zodanige ontbinding maakt evenwel geen inbreuk op de bepalingen van de Artikelen 15 en 18 van het heden ondertekende Vredesverdrag, noch zal zij enige partij bij het contract ontheffen van de verplichting, bedragen ontvangen als voorschotten of als betalingen op rekening en met betrekking tot welke zodanige partij geen tegenprestatie heeft geleverd, terug te betalen.

2. Niettegenstaande de bepalingen van bovenstaande alinea 1, zullen van ontbinding worden uitgesloten en zullen, zonder afbreuk te doen aan de rechten vervat in Artikel 14 van het heden ondertekende Vredesverdrag, van kracht blijven die delen van contracten, welke van die contracten kunnen worden afgescheiden en voor welker uitvoering geen contact noodzakelijk is tussen partijen bij het contract, welke vijanden geworden zijn in de zin van deel F.

In gevallen waar geen bepalingen van een contract kunnen worden afgescheiden zal het contract beschouwd worden als in zijn geheel te zijn ontbonden. Het voorgaande zal zijn onderworpen aan de toepassing van nationale wetten, besluiten of voorschriften uitgevaardigd door een partij, welke dit Protocol ondertekent en die krachtens genoemd Vredesverdrag een Geallieerde Mogendheid is, en rechtsbevoegdheid heeft over het contract of over een van de partijen bij het contract, en zal onderworpen zijn aan de bepalingen van het contract.

3. Niets in deel A zal beschouwd worden transacties, welke op wettige wijze zijn uitgevoerd in overeenstemming met een contract tussen vijanden, ongeldig te maken, indien ze uitgevoerd zijn met de machtiging van de betrokken Regering, welke de Regering is van een van de ondertekenende Mogendheden van dit Protocol en krachtens genoemd Vredesverdrag een Geallieerde Mogendheid is.

4. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen zullen verzekerings- en herverzekeringscontracten behandeld worden in overeenstemming met de bepalingen van de delen D. en E. van dit Protocol.

B. Verjaringstermijnen

1. Alle termijnen van verjaring of beperking van het recht om in rechte te verschijnen of conservatoire maatregelen te nemen ten aanzien van betrekkingen betreffende personen of eigendom, waarbij onderdanen betrokken zijn van de ondertekenende partijen, die tengevolge van de oorlogstoestand niet in staat waren gerechtelijke stappen te doen of te voldoen aan de formaliteiten, welke noodzakelijk waren om hun rechten te waarborgen, ongeacht de vraag, of deze termijnen begonnen vóór of na het uitbreken van de oorlog, zullen worden beschouwd als te zijn geschorst, voor de duur van de oorlog op Japans grondgebied enerzijds en anderzijds op het grondgebied van die ondertekenende partijen, die aan Japan op basis van wederkerigheid de voordelen van de bepalingen van dit lid toekennen. Deze termijnen zullen wederom beginnen te lopen op het ogenblik, waarop het heden ondertekende Vredesverdrag in werking treedt. De bepalingen van dit lid zullen van toepassing zijn met betrekking tot termijnen, welke vastgesteld zijn voor het aanbieden van coupons of dividendbewijzen of voor het ter betaling aanbieden van effecten, welke zijn uitgeloot of welke op enige andere grond betaalbaar zijn, mits met betrekking tot zodanige coupons, dividendbewijzen of effecten de termijn wederom begint te lopen op de datum, waarop het geld voor de betaling aan de houder van de coupon, het dividendbewijs of het effect beschikbaar wordt gesteld.

2. In gevallen waar wegens het nalaten van enige handeling of het niet voldoen aan enige formaliteit gedurende de oorlog executieve maatregelen genomen zijn op Japans grondgebied ten nadele van een onderdaan van een van de ondertekenende Mogendheden, die krachtens genoemd Vredesverdrag een Geallieerde Mogendheid is, zal de Japanse Regering de rechten herstellen, welke nadelig zijn beïnvloed. Indien een dergelijk herstel onmogelijk is of onbillijk zou zijn, dan zal de Japanse Regering er op toezien, dat de onderdaan van de betrokken ondertekenende partij een zodanige schadeloosstelling zal krijgen als onder de geldende omstandigheden rechtvaardig en billijk zal zijn.

C. Handelspapier

1. In de betrekkingen tussen vijanden zal geen enkel handelspapier gecreëerd vóór de oorlog als niet meer geldig beschouwd worden, alleen op grond van het feit, dat het papier niet binnen de vereiste termijn ter acceptatie of betaling is aangeboden, mededeling is gedaan aan trekkers of endossanten van non-acceptering of non-betaling of het papier geprotesteerd is, noch tengevolge van het feit, dat niet is voldaan aan enige formaliteit gedurende de oorlog.

2. In die gevallen, waarin de termijn, waarbinnen een handelspapier ter acceptatie of betaling aangeboden had moeten worden, of waarbinnen mededeling van non-acceptatie of non-betaling gedaan had moeten worden aan de trekker of endossant, of waarbinnen het papier geprotesteerd had moeten zijn, tijdens de oorlog is afgelopen, en de partij, die het papier had moeten aanbieden of protesteren of mededeling had moeten doen van non-acceptatie of nonbetaling, zulks tijdens de oorlog niet heeft gedaan, dan zal een termijn van niet minder dan drie maanden worden toegestaan, te rekenen vanaf het in werking treden van het heden ondertekende Vredesverdrag, waarbinnen aanbieding, mededeling van non-acceptatie of non-betaling, of het protesteren alsnog kan geschieden.

3. Indien een persoon, hetzij vóór of na de oorlog, verplichtingen op zich heeft genomen krachtens een handelspapier ten gevolge van een overeenkomst met hem aangegaan door een persoon, die vervolgens een vijand is geworden, zal deze laatste, ondanks de opening der vijandelijkheden, gehouden zijn de eerste schadeloos te stellen voor de gevolgen, voortvloeiende uit zijn verplichtingen.

D. Verzekerings- en herverzekeringscontracten (andere dan met betrekking tot het leven), die niet af gelopen waren voor de datum, waarop partijen vijanden werden

1. Verzekeringscontracten zullen beschouwd worden niet te zijn ontbonden door het feit, dat partijen vijanden geworden zijn, mits het risico is ingegaan vóór de datum, waarop partijen vijanden werden en mits de verzekerde vóór die datum alle bedragen betaald heeft, die hij verschuldigd was uit hoofde van premies of voor het tot stand brengen of in stand houden van de verzekering in overeenstemming met het contract.

2. Verzekeringscontracten andere dan die, welke krachtens voorgaande clausule van kracht blijven, zullen beschouwd worden als niet te zijn ontstaan, en alle bedragen, welke krachtens zodanige contracten zijn betaald, zullen moeten worden gerestitueerd.

3. Verdragen en andere contracten van herverzekering, behalve als hierna uitdrukkelijk bepaald, zullen beschouwd worden als te zijn beëindigd op de datum, waarop partijen vijanden werden, en alle herverzekeringsposten zullen met ingang van die datum geannuleerd worden. Mits herverzekeringsposten met betrekking tot polissen voor een bepaalde reis, die ingegaan waren krachtens een Verdrag betreffende Zee Verzekering, beschouwd zullen worden volledig van kracht te zijn gebleven tot hun normale afloopdatum in overeenstemming met de voorwaarden, waarop het risico was overgedragen.

Regeling
Vredesverdrag met Japan
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-06-1952
BWB-id
BWBV0005388
Versie
1952-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl