wetzoeker

Artikel 16 Vredesverdrag met Japan

Aanspraken en eigendom

Teneinde uitdrukking te geven aan zijn verlangen een schadeloosstelling te verlenen aan die leden van de strijdkrachten van de Geallieerde Mogendheden, die als krijgsgevangenen van Japan buitensporige ontberingen hebben geleden, zal Japan zijn activa en die van zijn onderdanen in landen, die tijdens de oorlog onzijdig waren, of die met een van de Geallieerde Mogendheden in oorlog waren, of, naar zijn keuze, de tegenwaarde van zulke activa overmaken aan het Internationale Comité van het Rode Kruis, dat zodanige activa zal liquideren en de op die wijze verkregen fondsen zal verdelen over de daartoe aangewezen nationale organen, ten gunste van vroegere krijgsgevangenen en hun gezinnen op een zodanige basis als bovengenoemd comité billijk zal oordelen. De categorieën activa, omschreven in Artikel 14 (a) 2 (II) (ii) tot en met (v) van dit Verdrag, zullen van overdraging worden uitgezonderd, evenals de activa van Japanse natuurlijke personen die op het ogenblik, waarop dit Verdrag voor het eerst in werking treedt, geen ingezetenen van Japan zijn. Ook wordt overeengekomen, dat de overdrachtsbepaling van dit Artikel niet van toepassing zal zijn op de 19.770 aandelen in de Bank voor Internationale Betalingen, welke thans het eigendom zijn van Japanse financiële instellingen.

Regeling
Vredesverdrag met Japan
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-06-1952
BWB-id
BWBV0005388
Versie
1952-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl