wetzoeker

Artikel 7 Vredesverdrag met Japan

Politieke en economische bepalingen

(a) Elk der Geallieerde Mogendheden zal binnen een jaar, nadat dit Verdrag tussen haar en Japan in werking is getreden, Japan ervan verwittigen, welke van de vooroorlogse bilaterale verdragen of overeenkomsten met Japan zij wenst te bestendigen of te doen herleven, en alle in zodanige verwittigingen genoemde verdragen of overeenkomsten zullen herleven of worden bestendigd onder voorbehoud van slechts die wijzigingen, welke noodzakelijk kunnen zijn om overeenstemming met dit verdrag te verzekeren. De verdragen en overeenkomsten, waarvan op deze wijze kennis is gegeven, zullen 3 maanden na de datum van kennisgeving beschouwd worden als bestendigd te zijn of herleefd en zullen geregistreerd worden bij het Secretariaat van de Verenigde Naties. Alle verdragen en overeenkomsten, waarvan aan Japan niet op zodanige wijze is kennisgegeven, zullen beschouwd worden als te zijn vervallen.

(b) Iedere kennisgeving, gedaan krachtens lid (a) van dit artikel, kan elk gebied voor welks internationale betrekkingen de kennisgevende mogendheid verantwoordelijk is van de werking of herleving van een verdrag of overeenkomst uitzonderen tot 3 maanden na de datum, waarop aan Japan kennis wordt gegeven, dat een dergelijke uitzondering zal ophouden van toepassing te zijn.

Regeling
Vredesverdrag met Japan
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-06-1952
BWB-id
BWBV0005388
Versie
1952-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl