wetzoeker

Artikel 5 Vredesverdrag met Japan

Veiligheid

(a) Japan aanvaardt de verplichtingen neergelegd in artikel 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder de verplichtingen

(i) zijn internationale geschillen langs vreedzame weg op zodanige wijze te beslechten, dat internationale vrede en veiligheid en gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht;

(ii) zich in zijn internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van enige Staat, of op enige andere wijze, die onverenigbaar is met de Doeleinden van de Verenigde Naties;

(iii) aan de Verenigde Naties iedere bijstand te verlenen bij elk optreden, waartoe de Organisatie overeenkomstig het Handvest overgaat, en zich te onthouden van het verlenen van bijstand aan enige Staat, waartegen de Verenigde Naties een preventieve of dwangactie ondernemen.

(b) de Geallieerde Mogendheden bevestigen, dat zij zich in hun betrekkingen met Japan zullen laten leiden door de grondbeginselen van Artikel 2 van het Handvest van de Verenigde Naties.

(c) de Geallieerde Mogendheden erkennen van haar kant, dat Japan als souvereine natie het natuurlijke recht van individuele of collectieve zelfverdediging heeft als bedoeld in Artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties en dat Japan vrijwillig collectieve veiligheidsovereenkomsten mag maken.

Regeling
Vredesverdrag met Japan
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-06-1952
BWB-id
BWBV0005388
Versie
1952-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl