wetzoeker

Artikel 5 Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Keizerrijk Iran

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen met onderling goedvinden de nadere maatregelen treffen, die nodig zijn ter uitvoering van het bepaalde in de bovenstaande artikelen. Te dien einde zal in elk Land een commissie worden ingesteld, die tot taak heeft aan de Regering voorstellen te doen ter uitvoering van de onderhavige Overeenkomst. De diplomatieke vertegenwoordiger van de andere Overeenkomstsluitende Partij zal worden uitgenodigd aan de beraadslagingen van die commissie deel te nemen.

Regeling
Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Keizerrijk Iran
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-08-1961
BWB-id
BWBV0005384
Versie
1961-08-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl