wetzoeker

Artikel 11 Overeenkomst inzake de belastingheffing van wegvoertuigen voor persoonlijk gebruik in internationaal verkeer

1 Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of tot deze Overeenkomst toetreedt, dan wel op ieder later tijdstip, verklaren, dat zij de Overeenkomst niet toepast ten aanzien van rijwielen zonder motor.

2 Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of tot deze Overeenkomst toetreedt verklaren dat zij zich niet gebonden acht door artikel 10 van de Overeenkomst. De andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn niet gebonden door artikel 10 tegenover elke Overeenkomstsluitende Partij, die een zodanig voorbehoud heeft geformuleerd.

3 Elke Overeenkomstsluitende Partij, die overeenkomstig het eerste of tweede lid een voorbehoud heeft geformuleerd, kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

4 Generlei ander voorbehoud is met betrekking tot deze Overeenkomst toegelaten.

Regeling
Overeenkomst inzake de belastingheffing van wegvoertuigen voor persoonlijk gebruik in internationaal verkeer
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-08-1959
BWB-id
BWBV0005379
Versie
1959-08-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl