wetzoeker

Artikel 16 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone

REGELS WELKE VAN TOEPASSING ZIJN OP ALLE SCHEPEN

1 De kuststaat kan binnen zijn territoriale zee de maatregelen nemen welke nodig zijn om een doorvaart die niet onschuldig is, te voorkomen.

2 In het geval van schepen die op weg zijn naar de binnenwateren, heeft de kuststaat eveneens het recht de maatregelen te nemen welke noodzakelijk zijn om te voorkomen, dat inbreuk wordt gemaakt op de voorwaarden waaraan de toelating van die schepen tot de binnenwateren is onderworpen.

3 Met inachtneming van de bepalingen van lid 4 kan de kuststaat, zonder onderscheid te maken tussen schepen van vreemde nationaliteit, in bepaalde gebieden van zijn territoriale zee de uitoefening van het recht van onschuldige doorvaart van vreemde schepen tijdelijk opschorten, indien die opschorting onontbeerlijk is voor de bescherming van zijn veiligheid. Een zodanige opschorting wordt slechts van kracht nadat zij op behoorlijke wijze is bekend gemaakt.

4 Het recht van onschuldige doorvaart van vreemde schepen mag niet worden opgeschort in zeestraten die gebruikt worden voor de internationale scheepvaart tussen een bepaald deel van de volle zee en een ander deel van de volle zee dan wel de territoriale zee van een vreemde staat.

Regeling
Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-03-1966
BWB-id
BWBV0005376
Versie
1966-03-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl