wetzoeker

Artikel 4 Internationale Overeenkomst nopens het gebruik van de aanduidingen van herkomst en van de benamingen van kaassoorten

De „benamingen”, waarvoor wettelijke regelingen zijn getroffen op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij welke als eerste deze benamingen heeft gebruikt en deze uitsluitend gebruikt voor die kaassoorten welke specifieke kenmerken hebben, worden in Bijlage B voor ieder land afzonderlijk genoemd.

De kenmerken van de kazen, waarop deze benamingen betrekking hebben, worden omschreven door de betreffende Overeenkomstsluitende Partij en zullen hoofdzakelijk betrekking hebben op het model, het gewicht, de omvang, het type en de kleur van korst en zuivel, evenals op het vetgehalte van de kaas.

De kaas-benamingen, opgenomen in Bijlage B, mogen niet worden overgebracht naar Bijlage A; zij mogen door de andere Overeenkomstsluitende Partijen uitsluitend worden gebruikt voor het aanduiden van kaassoorten welke op hun grondgebied worden vervaardigd en de kenmerken vertonen, omschreven in Bijlage B, mits de benamingen vergezeld gaan van een aanduiding van het land waar zij vervaardigd worden; deze dient te worden aangebracht in letters waarvan het type, de grootte en de kleur gelijk zijn aan die welke zijn gebruikt voor de benaming.

Regeling
Internationale Overeenkomst nopens het gebruik van de aanduidingen van herkomst en van de benamingen van kaassoorten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-11-1953
BWB-id
BWBV0005348
Versie
1953-11-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl