wetzoeker

Nr. III Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag)

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Directie Verdragen

's-Gravenhage, 8 april 1960

Mijnheer de Minister,

In de loop der onderhandelingen die heden hebben geleid tot de ondertekening van het Verdrag tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding, is de mogelijkheid van de aanleg van nieuwe havens aan de Eemsmonding besproken.

Onder verwijzing daarnaar verklaar ik dat mijn Regering thans niet het voornemen heeft, aan de Eemsmonding nieuwe havens aan te leggen. Voor het geval echter dat in de toekomst het voornemen tot de aanleg van dergelijke nieuwe havens mocht worden opgevat, gelden naar de mening van mijn Regering niet slechts de bepalingen van het bovengenoemde Verdrag met betrekking tot nieuwe waterbouwkundige werkzaamheden in de Eemsmonding, doch tevens de verplichting om de overige met dergelijke nieuwe werken samenhangende vraagstukken die de belangen van beide Partijen raken, in de geest van de met dit Verdrag begonnen samenwerking te behandelen.

Ik zou U zeer dankbaar zijn, indien U mij de opvatting van Uw Regering over het bovenstaande zou mededelen.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. LUNS

Aan Zijne Excellentie

Dr. H. von Brentano,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken

van de Bondsrepubliek Duitsland

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1978
BWB-id
BWBV0005343
Versie
1978-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl