wetzoeker

Artikel 2 Akkoord inzake de vaststelling van een gedeelte van het gemeenschappelijk douanetarief met betrekking tot de produkten van lijst G opgenomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende bepaalde ferrolegeringen (ex post 73.02)

Wat ferronikkel betreft zijn de volgende bepalingen vastgesteld:

a) Het recht van 7 % zal, op basis van de procedure van artikel 28 van het Verdrag, aan een nieuw onderzoek worden onderworpen met het oog op de verlaging daarvan, voor zover de studie van de economische en sociale problemen die op de produktie van deze ferrolegering betrekking hebben, zou aantonen dat voor deze problemen een bevredigende oplossing in gemeenschapsverband kan worden gevonden.

b) Indien het gebruik maken van de bepalingen van artikel 28 niet tot de hierboven bedoelde verlaging of vrijstelling leidt, kent de Commissie aan iedere belanghebbende Lid-Staat, op zijn verzoek, tariefcontingenten toe tegen een verlaagd recht of met vrijdom van recht, indien een wijziging in de voorzieningsbronnen of een onvoldoende voorziening binnen de Gemeenschap nadelige gevolgen voor de verwerkende industrieën van de betrokken Lid-Staat zou kunnen medebrengen.

Aan deze contingenten mag niet een zodanige omvang worden gegeven dat voor verplaatsing van bedrijvigheid ten nadele van andere Lid-Staten moet worden gevreesd.

De Commissie onderwerpt op gezette tijden de uit hoofde van dit artikel toegekende tariefcontingenten aan een onderzoek.

Regeling
Akkoord inzake de vaststelling van een gedeelte van het gemeenschappelijk douanetarief met betrekking tot de produkten van lijst G opgenomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-12-1962
BWB-id
BWBV0005328
Versie
1962-12-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl