wetzoeker

Protocol no. III — betreffende zwavel Akkoord inzake de vaststelling van een gedeelte van het gemeenschappelijk douanetarief met betrekking tot de produkten van lijst G opgenomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende zwavel

1. De Lid-Staten spreken zich uit ten gunste van een toepassing van artikel 226 van het Verdrag, welke gedurende een tijdvak van zes tot acht jaar, te rekenen vanaf de ondertekening van dit Protocol, afsluiting van de Italiaanse markt voor zwavel (post 25.03 en post 28.02), zwavelkoolstof (post 28.15 B) en natriumsulfide en natriumpolysulfide (ex post 28.35 A III en B II) meebrengt zowel ten opzichte van de overige Lid-Staten als ten opzichte van derde landen.

Harerzijds waarborgt de Italiaanse Regering dat de leveringen door de Ente Zolfi Italiani voor de uitvoer van verwerkte produkten niet zullen geschieden tegen prijzen die onder de wereldmarktprijs liggen.

2. De Lid-Staten, herinnerend aan het Protocol betreffende Italië, spreken zich uit ten gunste van de inschakeling van de Europese Investeringsbank voor het financieren van de modernisering der zwavelmijnen, het oprichten van verwerkende industrieën en het uitvoeren van infrastructuurwerken.

3. Wat de deelneming van de Gemeenschap aan activiteiten van sociale aard betreft:

a) bevestigen de Lid-Staten hun wil naar middelen te zoeken die het mogelijk maken bij te dragen tot de oplossing van het probleem van de vergoeding bij ontslag aan mijnwerkers die niet opnieuw te werk gesteld kunnen worden;

b) menen de Lid-Staten dat in het kader van artikel 128 van het Verdrag naar hulp ten bate van het programma voor de vakopleiding van de kinderen van ontslagen mijnwerkers die niet opnieuw te werk gesteld kunnen worden, zou kunnen worden gezocht. Zonder vooruit te lopen op de besluiten van de Instellingen die te zijner tijd zullen moeten beraadslagen over het programma voor de vakopleiding van de kinderen van ontslagen mijnwerkers die niet opnieuw te werk gesteld kunnen worden, stellen de Lid-Staten vast dat reeds thans een gemeenschappelijke wil bestaat om voor dit probleem een oplossing te vinden.

4. De Lid-Staten overwegen de oprichting van een Contact- en Actiecomité, dat tot taak heeft het particuliere initiatief aan te moedigen en de ontwikkeling hiervan te bevorderen in het kader van een regionaal programma. Dit Comité zou kunnen worden gesteund door de Italiaanse Regering, het Gebied Sicilië en de Gemeenschap zelf. De Europese Investeringsbank zou hierbij betrokken kunnen worden.

GEDAAN te Rome, 2 maart 1960.

Regeling
Akkoord inzake de vaststelling van een gedeelte van het gemeenschappelijk douanetarief met betrekking tot de produkten van lijst G opgenomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-12-1962
BWB-id
BWBV0005328
Versie
1962-12-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl