wetzoeker

Artikel 3 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Statuut voor de Gemengde Commissie

(1) Alle leden van de commissie moeten voldoen aan de vereisten, die in hun land worden gesteld voor de uitoefening van hoge rechterlijke ambten, of juristen zijn of andere deskundigen met erkende bekwaamheid op het gebied van het internationale recht.

(2) De leden van de commissie mogen van geen enkele regering instructies vragen of aanvaarden. Zij mogen noch werk doen, dat met de juiste vervulling van hun plichten onverenigbaar is, noch mogen zij medewerken aan de beslissing in een zaak, waarbij zij vroeger in een andere hoedanigheid betrokken waren of waarbij zij een direct belang hebben.

(3)

(a) Gedurende en na hun ambtsperiode zullen de leden van de commissie, die niet van Duitse nationaliteit zijn, niet onderworpen zijn aan eventuele gerechtelijke vervolging voor handelingen, welke zij in de uitoefening van hun functie hebben verricht. Leden van de commissie die wel van Duitse nationaliteit zijn, zullen in zoverre niet onderworpen zijn aan eventuele gerechtelijke vervolging voor handelingen, die zij in de uitoefening van hun functie hebben verricht, als zulks het geval is ten aanzien van rechters, die zitting hebben in Duitse rechtbanken in de Bondsrepubliek Duitsland.

(b) De leden van de commissie, die niet van Duitse nationaliteit zijn, genieten binnen het gebied van de Bondsrepubliek Duitsland dezelfde voorrechten en immuniteiten als aan leden van diplomatieke missies toekomen.

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl