wetzoeker

Artikel 1 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Statuut voor de Gemengde Commissie

(1) De Gemengde Commissie (hierna genoemd commissie) voor de interpretatie van Bijlage IV van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hierna genoemd Overeenkomst) bestaat uit de 8 permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage, opgericht volgens Artikel 28 van de Overeenkomst, en de supplementaire leden, die van geval tot geval volgens de leden 2 en 3 van dit artikel worden benoemd; elke regering, die een permanent lid voor het Tribunaal van Arbitrage heeft benoemd, mag echter in plaats van dit permanente lid een andere persoon in de commissie benoemen. (De leden van de commissie, die permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage zijn, of die in de commissie in plaats van permanente leden van het Tribunaal worden benoemd, worden hierna aangeduid met „permanente leden van de commissie”.)

(2) Wanneer de regering van een crediteurland, dat niet tot benoeming van permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage gerechtigd is, of een persoon, die de nationaliteit van dat land bezit of daar gevestigd is, partij is in een procedure voor de commissie, dan heeft die regering het recht een supplementair lid voor deze procedure te benoemen. Komen meerdere regeringen voor dit recht in aanmerking, dan kunnen zij gemeenschappelijk een supplementair lid benoemen.

(3) De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland is gerechtigd een supplementair lid te benoemen voor procedures, waaraan een volgens lid 2 van dit artikel benoemd supplementair lid deelneemt.

(4) Van de benoeming van een permanent lid van de commissie, dat in plaats van een permanent lid van het Tribunaal van Arbitrage wordt benoemd, moet binnen 2 maanden na het in werking treden van deze Overeenkomst aan de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland mededeling worden gedaan. Van benoemingen ter vervulling van vacatures van leden, die volgens de bepalingen van dit lid zijn benoemd, moet binnen een maand na het ontstaan van de vacatures mededeling worden gedaan.

(5) Partijen bij de Overeenkomst, die een supplementair lid volgens lid 2 van dit artikel benoemen, moeten de benoeming aan de commissie mededelen binnen 1 maand, nadat de procedure, in verband waarmede de benoeming plaats heeft, bij haar aanhangig is gemaakt. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd zonder dat daaraan supplementaire leden medewerken.

(6) De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zal de benoeming van een supplementair lid volgens lid 3 van dit artikel aan de commissie mededelen binnen 1 maand, gerekend vanaf de dag, waarop de mededeling over de benoeming van een supplementair lid volgens lid 2 van dit artikel bij de commissie is binnengekomen. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak aan de commissie is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd zonder dat dit supplementaire lid daaraan medewerkt.

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl