wetzoeker

BIJLAGE Ic — Omwisseling van de obligaties van de Pruisische buitenlandse leningen van 1926 en 1927 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Omwisseling van de obligaties van de Pruisische buitenlandse leningen van 1926 en 1927

De Duitse Delegatie voor de

Buitenlandse Schulden

243-18 DEL 38-2151/52

Aan de Voorzitter van de

Drie Mogendheden Commissie

voor Duitse schulden

29, Chesham Place

Londen S.W. 1.

Betreft: Omwisseling van

obligaties van de Pruisische

buitenlandse leningen van

1926 en 1927.

Londen, 20 November 1952.

Mijnheer de Voorzitter,

Onder referte aan de briefwisseling tussen de Bondskanselier en de Geallieerde Hoge Commissarissen voor Duitsland van 6 Maart 1951 bevestig ik, dat de verklaring van de Duitse delegatie van 12 Maart 1952 ter Londener Schuldenconferentie aangaande de bereidheid van de Bondsrepubliek Duitsland voor de 6½ % buitenlandse Pruisische lening van 1926 en de 6 % buitenlandse Pruisische lening van 1927 op te komen ten aanzien van de crediteuren betekent, dat de Pruisische leningsschulden behandeld zullen worden als verplichtingen van het Duitse Rijk in de zin van de briefwisseling van 6 Maart 1951, waarvoor de Bondsrepubliek Duitsland zich aansprakelijk stelt. Met het oog op deze verklaring van de Duitse delegatie heeft de wetgever van de Bondsrepubliek Duitsland in het Bereinigungsgesetz für Deutsche Auslandsbonds van 25 Augustus 1952 - Bundesgesetzbl. I Nr. 35 S. 553 - de volgende bepalingen vastgelegd:

„Par. 74 Buitenlandse obligaties van het Duitse Rijk en van het voormalige land Pruisen

(1) Voor de toepassing van deze wet geldt als uitgevende instantie van de door het voormalige land Pruisen uitgegeven buitenlandse obligaties de Bondsrepubliek Duitsland, zolang niet anders wordt bepaald.”

Met verschuldigde hoogachting enz.

(w.g.) HERMANN J.ABS.

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl