wetzoeker

Artikel 1 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Statuut voor het Tribunaal van Arbitrage voor de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

(1) Het Tribunaal van Arbitrage voor de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hierna genoemd Tribunaal van Arbitrage) bestaat uit acht permanente leden, welke als volgt worden benoemd:

(a) drie leden door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland;

(b) één lid door de Regering van de Franse Republiek;

(c) één lid door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland;

(d) één lid door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika;

(e) een voorzitter en een vice-voorzitter, die benoemd zullen worden gemeenschappelijk door de regeringen die gerechtigd zijn de andere permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage te benoemen. Indien deze regeringen niet binnen vier maanden na het in werking treden van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hierna genoemd Overeenkomst) het eens worden over de benoeming van de voorzitter en vice-voorzitter of van een van beiden, zal de President van het Internationale Gerechtshof de benoeming of de benoemingen doen op verzoek van de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland op grond van de haar hierbij door de Partijen bij de Overeenkomst verleende machtiging.

(2) Wanneer een Partij bij de Overeenkomst, met uitzondering van de in lid 1 van dit Artikel genoemde regeringen, partij is in een procedure voor het Tribunaal van Arbitrage, is deze Partij gerechtigd voor deze procedure een supplementair lid te benoemen. Wanneer meer dan één Partij bij deze Overeenkomst dit recht zou hebben, wordt dit lid door hen gemeenschappelijk benoemd.

(3) De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland is gerechtigd een supplementair lid te benoemen voor die procedures, waaraan een volgens lid 2 van dit Artikel benoemd supplementair lid deelneemt.

(4) Van de eerste benoemingen van de permanente leden van het Tribunaal van Arbitrage moet binnen twee maanden na het in werking treden van de Overeenkomst aan de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland mededeling worden gedaan. Van de benoemingen ter vervulling van vacatures moet binnen één maand na het ontstaan daarvan mededeling worden gedaan.

(5) Partijen bij de Overeenkomst, die een supplementair lid volgens lid 2 van dit Artikel benoemen, moeten de benoeming aan het Tribunaal van Arbitrage mededelen binnen één maand, nadat de procedure, in verband waarmede de benoeming plaats vindt, bij het Tribunaal aanhangig is gemaakt. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak aan het Tribunaal van Arbitrage is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd, zonder dat daaraan supplementaire leden medewerken.

(6) De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zal de benoeming van een supplementair lid, volgens lid 3 van dit Artikel, aan het Tribunaal van Arbitrage mededelen binnen één maand gerekend vanaf de dag, waarop de mededeling over de benoeming van een supplementair lid, volgens lid 2 van dit Artikel, door het Tribunaal van Arbitrage is ontvangen. Wanneer de benoeming van zulk een supplementair lid niet binnen dit tijdvak aan het Tribunaal van Arbitrage is medegedeeld, zal de procedure worden gevoerd, zonder dat dit supplementaire lid daaraan medewerkt.

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl