wetzoeker

Artikel 13 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Algemene Beginselen

(1) De crediteur kan het totaal bedrag van zijn vordering, waarvan hij betaling naar het buitenland kan verlangen, overdragen aan een andere buitenlander, mits de overdracht

(a) geschiedt aan een persoon, gevestigd in hetzelfde valutagebied,

(b) geen verandering van de voorwaarden, die voor de vordering gelden, ten gevolge heeft,

(c) niet direct of indirect tot afwikkeling van de schulden leidt.

De bevoegde Duitse instanties zullen hun goedkeuring aan de overdracht hechten, wanneer aan de voorwaarden, genoemd in (a) tot en met (c) is voldaan. Zij zullen daarenboven goed gefundeerde verzoeken van een buitenlandse crediteur om goedkeuring van de overdracht van een gedeelte van zijn vordering in welwillende overweging nemen.

Bij de verkrijging van de vordering krijgt de nieuwe crediteur dezelfde rechten en verplichtingen als de oorspronkelijke crediteur. Wanneer de nieuwe crediteur van de debiteur regeling van de schuld in Duitse mark verlangt, worden op zijn geblokkeerd tegoed, na afloop van een termijn van drie maanden sedert de verandering van crediteur, de bepalingen toegepast voor „oorspronkelijke geblokkeerde tegoeden”.

(2) Voor de overdracht van vorderingen, ten aanzien waarvan de crediteur slechts betaling in D. mark kan verlangen, zijn de bepalingen van toepassing betreffende het gebruik en de overdracht van dergelijke vorderingen, die op dat ogenblik van kracht zijn in het gebied van de Bondsrepubliek en in Berlijn (West) (zie art. 19.).

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl