wetzoeker

BIJLAGE IIIa — Briefwisseling tussen vertegenwoordigers der crediteuren en der debiteuren, inhoudend aanvullende overeenkomsten door hen getroffen met betrekking tot Bijlage III Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Briefwisseling tussen vertegenwoordigers der crediteuren en der debiteuren, inhoudend aanvullende overeenkomsten door hen getroffen met betrekking tot Bijlage III

Aan het Amerikaanse Comité voor

Stillhaltecrediteuren van Duitsland,

Aan het Britse Banken-comité

voor Duitse Zaken,

Aan het Zwitserse Banken-comité voor

de Duitse Credietovereenkomst.

De Duitse Credietovereenkomst van 1952

19 Februari 1953.

Mijne Heren,

Wij refereren aan de verklaringen afgegeven door de Drie Mogendheden Commissie voor Duitse schulden namens de in die Commissie vertegenwoordigde Regeringen, zomede van de Duitse delegatie in naam van de Bondsrepubliek, ingevolge welke hun Regeringen bereid zijn om door geëigende administratieve maatregelen in Duitsland, de Duitse Credietovereenkomst van 1952 (vervat in Bijlage III bij de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden, en hierna genoemd: de overeenkomst van 1952) in werking te laten treden bij de ratificering van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden door de Bondsrepubliek Duitsland; echter moeten de in de overeenkomst van 1952 voorziene betalingen in buitenlandse valuta, afgezien van die betalingen, welke normaal voortvloeien uit artikel 5 van bedoelde overeenkomst, worden opgeschort tot de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hierna genoemd „intergouvernementele overeenkomst”) overeenkomstig Artikel 35 daarvan in werking treedt.

Wij refereren voorts aan de volgens de overeenkomst van 1952 tussen crediteuren en debiteuren onder bepaalde voorwaarden uit te wisselen formulieren voor verklaringen van toetreding; in bedoelde verklaringen van toetreding van 1952 wordt o.m. gerefereerd aan de hogerbedoelde opschorting van betalingen in vreemde valuta krachtens deze overeenkomst. De debiteuren verklaren ermede accoord te gaan, dat zij, zodra de overeenkomst van 1952 integraal in werking treedt, overeenkomstig hogerbedoelde intergouvernementele overeenkomst terstond aan de crediteuren alle betalingen in vreemde valuta's ingevolge de overeenkomst van 1952 zullen doen, die in de tussentijd opgeschort zijn.

Wij verklaren ermede accoord te gaan dat de overeenkomst van 1952 in werking zal treden nadat aan de bepalingen van artikel 29 van de overeenkomst zal zijn voldaan, en na ratificering van genoemde intergouvernementele overeenkomst door de Bondsrepubliek Duitsland, doch dat zij buiten werking treedt, wanneer zij niet bij het in werking treden van de intergouvernementele overeenkomst in deze wordt begrepen. Derhalve moet artikel 2 van de overeenkomst van 1952 zo worden verstaan alsof de dag, waarop aan de bepalingen van artikel 29 van deze overeenkomst is voldaan en waarop de ratificering van de intergouvernementele overeenkomst door de Bondsrepubliek Duitsland is geschied is bedoeld als de dag waarop de bepalingen van de overeenkomst van 1952 in werking zullen treden.

Voorts bevestigen wij dat wij indien de overeenkomst van 1952 bij het inwerking treden van de intergouvernementele overeenkomst overeenkomstig Artikel 35 daarin wordt begrepen, alles wat in ons vermogen ligt zullen doen om onverwijlde betaling aan de crediteuren van alle in buitenlandse valuta luidende betalingen te doen, overeenkomstig de overeenkomst van 1952, welke in de tussentijd zijn opgeschort.

Wij bevestigen dat ingevolge de wens van de partijen bij de overeenkomst van 1952 de volgende veranderingen in de tekst van deze overeenkomst, zoals weergegeven in bijlage 5 van het eindrapport van de conferentie over Duitse buitenlandse schulden moeten worden aangebracht en moeten worden opgenomen in de te ondertekenen tekst van de overeenkomst:

Lid 7 van de inleiding. De woorden „door de Regering van de Bondsrepubliek of een andere bevoegde overheidsinstantie” moeten worden vervangen door de woorden „door de bevoegde regeringsautoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland en Berlijn (West)”.

Het woord „en” moet worden bijgevoegd achter paragraaf (ii), datzelfde woord moet aan het slot van paragraaf (iii) worden geschrapt.

Aan het begin van paragraaf (iv) moeten worden ingevoegd de woorden „en moeten zoveel mogelijk zekerheid geven dat”.

Artikel 1. Definities. De woorden ,,en wordt gebruikt ter aanduiding van het gebied en niet van de regeringsbevoegdheid” moeten aan het slot van de definitie van het woord „Bondsrepubliek” worden toegevoegd.

Artikel 20. Arbitrage. In lid 1 moeten de woorden „die zijn toegetreden tot deze overeenkomst” worden ingevoegd achter de woorden „Duitse debiteuren”.

Artikel 22. Toetreding. In lid 1 moeten de woorden „zijn toetreding bevestigt” worden vervangen door „zijn toetreding tot deze overeenkomst bevestigt en zich op verlangen van de crediteur bereid verklaard tot iedere door het Duitse Comité en de Bank Deutscher Länder ondertekende overeenkomst voor vernieuwing of verlenging toe te treden”.

Het ondergetekende Duitse Comité verklaart hiermede, overeenkomstig artikel 22 (4) van de overeenkomst van 1952 ermede accoord te gaan, dat Uwe comité's de termijn, waarbinnen buitenlandse banken-crediteuren in Uw land kunnen toetreden tot de overeenkomst van 1952, verlengen, teneinde toetreding binnen twee maanden na het van kracht worden van meergenoemde intergouvernementele overeenkomst mogelijk te maken.

Met de meeste hoogachting, enz.

Voor het Duitse Comité voor

Stillhalteschulden,

(ondertekend)

Voor de Bank deutscher Länder,

(ondertekend)

Aan het Duitse Comité

voor Stillhalteschulden en aan

de Bank deutscher Länder.

De Duitse Credietovereenkomst van 1952

20 Februari 1953.

Mijne Heren,

Wij bevestigen hiermede de ontvangst van Uw schrijven inzake de maatregelen met het oog op de inwerkingtreding van hogergenoemde overeenkomst en de in die overeenkomst voorziene tijdelijke opschorting van betalingen in vreemde valuta's aan de crediteuren, met uitzondering van de normaal uit artikel 5 van de overeenkomst voortvloeiende betalingen en bevestigen tevens dat wij de in Uw schrijven uiteengezette bepalingen en voorwaarden accepteren.

Met name gaan wij ermede accoord

(a) dat de overeenkomst van 1952 in werking zal treden nadat aan de bepalingen van artikel 29 van de overeenkomst zal zijn voldaan, en na ratificering van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden (hiena te noemen „intergouvernementele overeenkomst”) door de Bondsrepubliek Duitsland, doch dat zij buiten werking treedt, wanneer zij niet bij het in werking treden van de intergouvernementele overeenkomst in deze wordt begrepen;

(b) dat alle in de overeenkomst van 1952 voorziene betalingen in buitenlandse valuta's, afgezien van die betalingen, welke normaal voortvloeien uit artikel 5 van de overeenkomst, worden opgeschort tot de intergouvernementele overeenkomst, overeenkomstig Artikel 35 daarvan in werking treedt; en

(c) dat de in Uw brief vermelde wijzigingen in de tekst van de overeenkomst van 1952 opgenomen behoren te worden in het te ondertekenen exemplaar van de overeenkomst.

Dit schrijven kan in meerdere exemplaren worden vervaardigd die alle geacht moeten worden hetzelfde stuk te zijn.

Met de meeste hoogachting,

(ondertekend)

voor het Amerikaanse Comité van

Stillhaltecrediteuren van Duitsland.

(ondertekend)

voor het Engelse banken-comité

voor Duitse Zaken.

(ondertekend)

voor het Zwitserse Banken-comité

voor de Duitse Credietovereenkomst.

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl