wetzoeker

20 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Aanbevelingen aangenomen voor de regeling van de „Stilhalteschulden”:

(1) Eventuele geschillen, die tussen buitenlandse banken-crediteuren enerzijds en Duitse debiteuren

1) Zie Bijlage IIIa.

of de Bank Deutscher Länder anderzijds ontstaan over de interpretatie van deze overeenkomst of over andere vragen, die voortvloeien uit deze overeenkomst moeten worden voorgelegd aan een Arbitrage-commissie, in te stellen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

(2) De Arbitrage-commissie wordt als volgt ingesteld:

(a) De Bank voor Internationale Betalingen benoemt 3 personen tot vaste leden van de Commissie; één daarvan wordt tot voorzitter van de Commissie, een tweede tot plv. voorzitter benoemd; laatstbedoelde heeft tot taak bij afwezigheid van de voorzitter de vergaderingen van de Commissie te leiden.

(b) De Bank voor Internationale Betalingen benoemt bovendien nog 3 personen als plv. leden van de Arbitrage-commissie die, ter vervanging van één of meer der vaste leden, ter beschikking moeten staan voor het geval dat laatstbedoelde personen tijdelijk wegens ziekte of om andere redenen verhinderd zijn aan de zittingen van de Commissie deel te nemen. Hierbij moet bepaald worden ter vervanging van welke vaste leden de verschillende plaatsvervangende leden zullen optreden. Een plaatsvervangend lid mag aan de zittingen van de Commissie slechts deelnemen bij afwezigheid en als plaatsvervanger van het desbetreffende vaste lid.

(3) Het reglement van de Arbitrage-commissie moet o.m. de volgende voorschriften bevatten:

(a) De ondertekenaars van deze overeenkomst (d.w.z. de buitenlandse banken-comité's, het Duitse Comité en de Bank Deutscher Länder) moeten ten minste 10 dagen vóór de behandeling in kennis gesteld worden van de dagen waarop de behandeling van een vraag, die aan de Arbitrage-commissie door een der ondertekenaars is voorgelegd, zal plaats vinden, en iedere ondertekenaar heeft de rechten van een partij in het proces, overeenkomstig de bepalingen van de volgende paragraaf.

(b) Alle bij een aan de Arbitrage-commissie voorgelegd geschil belanghebbende partijen hebben het recht zich bij de behandeling te laten vertegenwoordigen door een vertegenwoordiger, een advocaat of een andere gevolmachtigde en om hun argumenten pro of contra de vraag die behandeld moet worden, schriftelijk voor te leggen overeenkomstig de procedure die door de Arbitrage-commissie wordt voorgeschreven.

(c) De Arbitrage-commissie moet van geval tot geval de tijdstippen waarop en de plaatsen waar de zittingen zullen plaats vinden, vaststellen en alle ondertekenaars van deze overeenkomst daarvan tijdig in kennis stellen.

(d) De Arbitrage-commissie moet in het kort schriftelijk de overwegingen uiteenzetten van iedere genomen beslissing, onverschillig of deze al dan niet met eenparigheid van stemmen is genomen. Deze overwegingen kunnen, indien daartoe met algemene stemmen door de Commissie wordt besloten, achterwege blijven, tenzij een der partijen voor de behandeling om schriftelijke vastlegging van de overwegingen heeft verzocht. Worden geen schriftelijke overwegingen gegeven, dan moet in de beslissing worden vastgelegd, dat de Commissie met algemene stemmen een desbetreffend besluit genomen heeft en dat geen der partijen een verzoek als hierboven bedoeld, heeft ingediend.

(e) Indien de Arbitrage-commissie zich met betrekking tot de beslissing over een aan haar voorgelegd geschil niet competent verklaart of indien de bevoegde gewone rechterlijke instantie in het land van een der bij de procedure belanghebbende partijen zich onbevoegd acht op grond van het feit, dat de Commissie bevoegd zou zijn, of indien het geschil geheel of ten dele terugverwezen wordt naar de Commissie, dan moet in beide gevallen de Commissie over het geschil beslissen.

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl