wetzoeker

BIJLAGE I — Overeengekomen aanbevelingen voor de regeling van Rijksschulden en schulden van andere publiekrechtelijke lichamen (deel 1) Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden

Overeengekomen aanbevelingen voor de regeling van Rijksschulden en schulden van andere publiekrechtelijke lichamen

A. Rijksschulden

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland (hierna genoemd Bondsregering) zal aan de houders van obligaties aanbieden de volgende bedragen te betalen en over te maken:

1. De 7 % buitenlandse (Dawes-)lening van 1924

(a) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon betaalbaar na 31 Maart 1953 een rente van 5½ % per jaar voor de Amerikaanse tranche en 5 % per jaar voor de andere tranches.

(b) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon betaalbaar na 31 Maart 1958 wordt jaarlijks een amortisatiebedrag van 3 % voor de Amerikaanse tranche en van 2 % voor de andere tranches bij deze rentebetalingen gevoegd; het amortisatiebedrag vormt met de rentebetaling tezamen een vaste cumulatieve annuïteit.

(c) De vervaltermijn van de lening wordt verschoven tot het jaar 1969.

(d) Verschuldigde achterstallige renten zullen tegen 5 % opnieuw worden berekend zonder samengestelde interest; de Bondsregering zal voor het aldus berekende totaalbedrag obligaties uitgeven met een looptijd van 20 jaar, die een rente geven van 3 % per jaar en na 5 jaar met 2 % per jaar geamortiseerd worden. Op obligaties voor achterstallige renten, die verschuldigd waren tot 31 December 1944, zullen vanaf 15 April 1953 betalingen worden gedaan. Obligaties voor het resterende bedrag zullen niet worden uitgegeven voor de hereniging van Duitsland heeft plaatsgevonden; op dit tijdstip zullen de betalingen op deze obligaties een aanvang nemen.

(e) Overigens blijven de bepalingen van de oorspronkelijke overeenkomsten van de lening van kracht.

(f) Alle kosten voortvloeiende uit de uitvoering van de bovenbedoelde wijzigingen in de oorspronkelijke overeenkomsten zijn voor rekening van de Bondsregering.

2. De 5½ % internationale (Young-)lening van 1930

(a) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon betaalbaar na 31 Maart 1953 een rente van 5 % per jaar voor de Amerikaanse tranche en 4½ % per jaar voor de andere tranches.

(b) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon betaalbaar na 31 Maart 1958 wordt jaarlijks een amortisatiebedrag van 1 % bij deze rentebetalingen gevoegd; het amortisatiebedrag vormt met de rentebetaling tezamen een vaste cumulatieve annuïteit.

(c) De vervaltermijn van de lening wordt verschoven tot het jaar 1980.

(d) Verschuldigde achterstallige renten zullen tegen 4½ % opnieuw worden berekend zonder samengestelde interest; de Bondsregering zal voor het aldus berekende totaalbedrag obligaties uitgeven met een looptijd van 20 jaar, die een rente geven van 3 % per jaar en na 5 jaar met 1 % per jaar geamortiseerd worden. Op obligaties voor achterstallige renten, die verschuldigd waren tot 31 December 1944, zal op 1 Juni 1953 betaling plaatsvinden van de eerste coupon over 6 maanden rente. Obligaties voor het resterende bedrag zullen niet worden uitgegeven voor de hereniging van Duitsland heeft plaatsgevonden; op dit tijdstip zullen de betalingen op deze obligaties een aanvang nemen.

(e) De bedragen, verschuldigd op de verschillende tranches van de 5½ % internationale lening van 1930 zijn alleen betaalbaar in de valuta van het land van uitgifte. In verband met de tegenwoordige economische en financiële toestand in Duitsland is overeengekomen, dat als grondslag voor de berekening van dit bedrag in vreemde valuta zal dienen het bedrag in dollars, waarmede de betaling, verschuldigd in de valuta van het land van uitgifte in overeenstemming zou zijn geweest, omgerekend volgens de wisselkoers geldend op het tijdstip van de uitgifte van de lening. Het op deze wijze verkregen nominale bedrag in U.S.-dollars wordt dan weer omgerekend in de desbetreffende valuta's tegen de wisselkoers van 1 Augustus 1952.

Zou de wisselkoers geldend op 1 Augustus 1952 zich voor een van de valuta's van uitgifte later wijzigen met 5 % of meer, dan moeten de termijnen verschuldigd na dit tijdstip weliswaar evenals tevoren in de valuta van het land van uitgifte worden betaald, doch zij moeten worden berekend op basis van de minst gedeprecieerde valuta (in verhouding tot de wisselkoers van 1 Augustus 1952) en weer omgerekend worden in de valuta van uitgifte tegen de wisselkoers geldend op het tijdstip, waarop de desbetreffende betaling verschuldigd is.

(f) Overigens blijven de bepalingen van de oorspronkelijke overeenkomst van de lening van kracht.

(g) Alle kosten voortvloeiende uit de uitvoering van de bovenbedoelde wijzigingen in de oorspronkelijke overeenkomsten zijn voor rekening van de Bondsregering.

3. De 6 % buitenlandse (Lucifers-)lening van 1930

(a) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon betaalbaar na 31 Maart 1953 een rente van 4 % per jaar.

(b) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon betaalbaar na 31 Maart 1958 wordt jaarlijks een amortisatiebedrag van 4 % bij deze rentebetalingen gevoegd; het amortisatiebedrag vormt met de rentebetaling tezamen een vaste cumulatieve annuïteit.

(c) Achterstallige renten zullen tegen 4 % opnieuw worden berekend zonder samengestelde interest, maar overigens worden zij op dezelfde wijze behandeld als de achterstallige renten van de Young-lening.

(d) De vervaltermijn van de lening wordt verschoven tot het jaar 1994.

(e) Zolang de dienst van de Lucifers-lening volgens de bepalingen van deze regeling plaatsvindt, worden de renten en amortisatiebedragen van de lening betaald bij de Skandinaviska Banken in Stockholm, Zweden, en wel in Zweedse kronen tot de tegenwaarde van het in U.S.-dollars verschuldigde bedrag tegen de wisselkoers, geldend op de vervaldag.

(f) Overigens wordt, afgezien van de garanties, de Luciferslening op dezelfde wijze behandeld als de Young-lening.

4. Obligaties van de Konversionskasse

Ten aanzien van obligaties en scrips van de Konversionskasse zal de Bondsregering zich tot de volgende betalingen verplichten:

(a) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon of rente, betaalbaar na 31 Maart 1953, een rente volgens de oorspronkelijke bepaling van de overeenkomst;

(b) Te beginnen met de vervaldag van de eerste coupon betaalbaar na 31 Maart 1958 wordt jaarlijks een amortisatiebedrag van 2 % bij deze rentebetalingen gevoegd; het amortisatiebedrag vormt met de rentebetaling tezamen een vaste cumulatieve annuïteit;

(c) De vervaltermijnen van deze obligaties zullen, gerekend vanaf de bestaande vervaltermijnen, 17 jaar worden verschoven;

(d) Twee derden van de achterstallige renten berekend volgens de contractuele rentevoet zullen worden geschrapt. Het overblijvende derde deel wordt geconsolideerd; het zal dezelfde rente dragen en geamortiseerd worden op dezelfde wijze als de oorspronkelijke obligaties;

(e) Overigens blijven de oorspronkelijke overeenkomsten ten aanzien van deze obligaties van kracht;

(f) Alle kosten voortvloeiende uit de uitvoering van de bovenbedoelde wijzigingen in de oorspronkelijke overeenkomsten zijn voor rekening van de Bondsregering;

(g) Obligaties en scrips luidende in RM worden in de verhouding 10 : 1 in Duitse mark omgezet.

5. Over bepaalde kleine verplichtingen in vreemde valuta van de Reichsbahn en de Reichspost zullen, voorzover zij niet in Bijlage IV behandeld zijn, onderhandelingen worden gevoerd tussen de Bondsregering en de crediteuren.

6. Rijksmark-schulden van het Rijk, de Reichsbahn, de Reichspost en de Staat Pruisen

Overeenkomstig de wens van de vertegenwoordigers van crediteuren zal de Bondsregering zich verplichten:

(a) Buitenlandse crediteuren op hun verzoek en met toepassing van het beginsel van nationale behandeling de voordelen en vergoedingen toe te staan, die aan Duitse crediteuren in verband met de munthervorming zijn toegekend of in de toekomst mochten worden toegekend;

(b) Buitenlandse crediteuren bij de uitvaardiging in de toekomst van een Duitse wet met betrekking tot de omzetting en regeling van schulden de voordeligste regeling toe te staan, welke volgens deze wet voor Duitse crediteuren mogelijk is;

Regeling
Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1958
BWB-id
BWBV0005325
Versie
1958-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl